… / Nederland / Nederlandse pers / 1915–1918 / Het Turksche regeeringsprogram
De Telegraaf, 24 oktober 1918
Bron: Delpher
Het Turksche regeeringsprogram
De uitroeiing der Armeniërs gestaakt
Het nieuwe kabinet heeft zich heden aan de Kamer van Afgevaardigden voorgesteld.
De groot-vizier, Izzet Pasja, las de regeeringsverklaring voor, waarin het heet:
"De regeering heeft het bewind aanvaard op het meest kritieke oogenblik onzer geschiedenis, nu ons land
voor ontzettende moeilijkheden in het binnenland en voor uit het buitenland dreigende gevaren
staat, en zij is zich bewust van het gewicht van de taak, die haar wacht, en van de mate harer
verantwoordelijkheid, waarover de geschiedenis zal oordeelen.
Het organisme van ons vaderland, dat gedurende de acht jaren, die achter ons liggen, door allerlei
storingen van binnenlandschen en buitenlandschen aard geschokt is en geleden heeft, moet eindelijk
rust hebben.
De offervaardige natie, die de smartelijkste ontberingen op zich nam, waarin zich gedurende de vier
vreeselijke oorlogsjaren geen enkel volk gemakkelijk had kunnen schikken, gevoelt ten slotte de
behoefte, uit te rusten.
Onze eenige plicht is thans, aan deze behoefte te voldoen. Om dezen plicht te vervullen, zullen
wij, met de hulp van de almachtige, volijverig alle pogingen aanwenden.
Wij hebben besloten, de wegens de oorlogsnoodzaak van de eene plaats naar de andere in 't
binnenste des lands afgevoerde onderdanen naar gelang de omstandigheden zulks veroorloven,
weder naar hun haardsteden te laten terugbrengen, en zijn met de tenuitvoerlegging van dit
besluit reeds begonnen.
Het roerend en onroerend bezit van deze kinderen des vaderlands, die sedert een of twee jaren
een ontzettend lijden geduld hebben, zal hun vergoed worden, en voor hun have en goed dat verkocht werd,
zal men de waarde in geld teruggeven.
Wij hebben besloten, de krachtens de militair-administratieve bepalingen uitgewezen personen
weder in vrijheid te stellen en aan de villajets mededeelingen in deze zin te laten toekomen.
Wij hebben een wetsontwerp voorbereid, hetwelk wij u zullen voorleggen, hetwelk een algemeene
amnestie der politiek veroordeelden betreft. Wij zullen iedere ongelijkheid, onrechtvaardigheid
en onverantwoordelijkheid onderdrukken, wijl zij de bestuurswerkzaamheden benadeelen.
Wij zullen zorgen, dat allen op dezelfde wijze politieke rechten en vrijheid tot ontwikkeling
genieten, en op iedere wijze aan het landsbestuur kunnen deelnemen. Wij zullen de noodige
veranderingen in ons tegenwoordig kiesrecht voorstellen, ten einde de rechten der minderheid
te beschermen. Wat den Arabischen vilajets aangaat, zullen wij trachten, dit vraagstuk op te
lossen onder verzekering van hun nationaal streven en van een overeenkomstig zelfbestuur, onder
voorwaarde, dat de band tusschen hen en het Khalifaat zoowel als den sultan behouden blijft."
De kamer nam met zoo goed als eenparigheid van stemmen een motie van vertrouwen in de nieuwe
regeering aan. Slechts tien afgevaardigden stemden blanco. – (Milli.)
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

