Erkenning

Hoewel er de laatste decennia een steeds grotere belangstelling bestaat voor de genocide in het Ottomaanse Rijk op Armeniërs en andere christenen zoals Grieken, Assyriërs en Arameeërs, wordt deze nog altijd niet volmondig erkend.

Opgegraven overblijfselen van Armeense slachtoffers in de Syrische woestijn

Opgegraven overblijfselen van Armeense slachtoffers in de Syrische woestijn bij Deir ez-Zor. (Bron: Armenian Genocide Museum Institute, Armenië)

De genocide wordt categorisch ontkend door de Republiek Turkije, de opvolger van het Ottomaanse Rijk. Steeds als een nationale overheid of supranationale instelling een stap in de richting van formele erkenning wil zetten, dreigt de Turkse regering met forse diplomatieke en/of economische maatregelen om dit te voorkomen. In Turkije zelf zijn regelmatig mensen strafrechtelijk vervolgd die de genocide bespreekbaar wilden maken.

Ruim 100 jaar na dato zorgt de kwestie nog steeds voor onrust tussen met name de Armeense en Turkse gemeenschap. Beide volkeren en landen zijn beter af bij definitieve erkenning van de genocide. De Armeense (maar ook de Assyrische en Aramese) gemeenschap omdat door erkenning het collectieve trauma een vaste plek in de geschiedenis kan krijgen. De Turkse gemeenschap heeft belang bij het bespreekbaar maken van één van hun grootste taboe's: de rol van Jong-Turkse regimes in de uitvoering van de genocide tijdens en na de Eerste Wereldoorlog.

Formele erkenning 
Genocidedeskundigen zijn het er unaniem over eens dat in de periode 1915–1923 genocide is gepleegd op Armeniërs en andere christenen in het Ottomaanse Rijk. Diverse internationale organisaties, parlementen, staatshoofden en wetenschappers hebben de genocide formeel erkend. Lees verder 

Historische erkenning 
Na de Eerste Wereldoorlog was er wel degelijk erkenning voor wat toendertijd de vernietiging of verdelging van het Armeense volk heette. Het verdrag van Sèvres (1920) bijvoorbeeld beloofde een tribunaal voor de berechting van de verantwoordelijken. Lees verder 

top