/  Nederland  /  Nederlandse spotprenten

Nederlandse spotprenten

Naast geschreven artikelen zijn er in de Nederlandse pers ook spotprenten gepubliceerd over de sociale positie en vervolging van Armeniërs in het Ottomaanse Rijk. Onderstaande spotprenten van onder anderen de bekende cartoonist Johan Braakensiek zijn grotendeels afkomstig uit het links-liberale weekblad De Amsterdammer, de voorloper van De Groene Amsterdammer. Van Braakensiek, één van de bekendste en populairste tekenaars van politieke prenten van zijn tijd, werd elke week een spotprent, de “plaat van de week”, als los inlegvel bij De Amsterdammer gevoegd. Deze spotprenten, die regelmatig gebruik maakte van allegorische figuren als John Bull voor Groot-Britannië en Marianne voor Frankrijk, hingen vaak bij sigarenwinkels als raambiljet en trokken veel publiek.

De enquète naar de Armenische gruwelen

De enquète naar de Armenische gruwelen

Sultan Abdoel Hamid (tot John Bull, Jonathan, den Czar en de Fransche Maagd): “Ik zal eerst zelf zien, lieve vrienden, of het voor u niet te shocking is.”

Tekening: Johan Braakensiek
De Amsterdammer, 3 februari 1895
Bron: archief de Groene Amsterdammer

Het hemd is nader dan de rok

Het hemd is nader dan de rok

De protesteerende mogendheden tot den Sultan: Zeg eens, dacht je soms dat onze Consuls Armenische christenen zijn?

Tekening: Johan Braakensiek
De Amsterdammer, 9 juni 1895
Bron: particuliere collectie

De Mogendheden en de (voor 't oogenblik vergeten) Armenische quaestie

De Mogendheden en de (voor 't oogenblik vergeten) Armenische quaestie

Gladstone (tot John Bull en de Mogendheden): “Wat is er van uwe eensgezindheid geworden in den dienst eener rechtvaardige zaak?”

Tekening: Johan Braakensiek
De Amsterdammer, 26 januari 1896
Bron: particuliere collectie

De ontvangst van H.H. M.M. den Keizer en de Keizerin van Duitsland door den Sultan

De ontvangst van H.H. M.M. den Keizer en de Keizerin van Duitsland door den Sultan

H.M. de Keizerin (tot den Sultan): Het is mij een eer en genoegen aan Uwen arm Uwe dappere troepen te mogen zien. Dankt Klein-Azië niet aan hen zijn geluk en beschaving? De Sultan: Aan mij en aan hen Mevrouw!

Tekening: Johan Braakensiek
De Amsterdammer, 30 oktober 1898
Bron: particuliere collectie

Keizer Wilhelm II en Sultan Abdoel Hamid

(Uniform van Korporaal der Tiroolsche jagers.)

Keizer Wilhelm II en Sultan Abdoel Hamid

Ik heb zoowat overal gejaagd, maar ik kende de Armenische jacht nog niet, die de geliefkoosde sport is van de streek waar Abdoel en ik ons hebben opgesteld.

De Amsterdammer, 11 december 1898
Bron: archief de Groene Amsterdammer

Die brave John Bull!

Die brave John Bull!

John Bull (Dum-dum-kogels voor Zuid-Afrika inpakkend):“Och! Wat zijn die foreigners toch gemeen en wreed; ik dank den Hemel dat ik niet ben zooals zij!”

Tekening: Johan Braakensiek
De Amsterdammer, 23 juli 1899
Bron: particuliere collectie

Turksche logica

Turksche logica

Ik heb het altijd gezegd:
De Armenische quaestie wordt opgelost,
zoodra er geen Armeniërs meer zijn.

De Amsterdammer, 3 juli 1904
Bron: archief de Groene Amsterdammer

Yildiz

Yildiz

Na den schrik van den bommenaanslag, zou een klein, versterkend bloedbad in Armenië lang niet kwaad zijn.

De Amsterdammer, 17 september 1905
Bron: archief de Groene Amsterdammer

De Zieke Man

De Zieke Man

De Sultan (tot professor Bergmann): “Neen, mijn waarde heer, ik heb mijn Armeniërs altijd zonder narcose geopereerd, en ik zal het met mijzelf ook wel klaarspelen.”

De Amsterdammer, 7 oktober 1906
Bron: archief de Groene Amsterdammer

Abdul-Hamid

Abdul-Hamid

Wat zal er van den roofgier worden, als hij geen versche lijken meer vindt?

De Amsterdammer, 4 oktober 1908
Bron: archief de Groene Amsterdammer

De werklooze groot-moordenaar

De werklooze groot-moordenaar

“Wat liep me dat zaakje niet mooi! 80,000 lijken in 33 jaren verwerkt!... En nou... niks te doen! O! Allah! Geef me tenminste een handvol stervelingen om te bearbeiden.”

Tekening: Ton van Tast
De Notenkraker, 23 mei 1909
Bron: particuliere collectie

De Armenische Gruwelen

(door de Turken zijn duizenden Armenische vrouwen en kinderen weggevoerd, mishandeld en gedood)

De Armenische Gruwelen

“Turk, schaam jij je niet?” “Ik? Schamen? ...Ik handel naar Europeesch voorbeeld.”

Tekening: George van Raemdonck
De Amsterdammer, 23 september 1916
Bron: archief de Groene Amsterdammer

De Entente en Turkije

De Entente en Turkije

De Groot-Vizier: “Daar zijn de deurwaarders weer” De Sultan: “Laat ze maar dreigen, – ze verklaren mij toch niet failliet”.

Tekening: Johan Braakensiek
De Amsterdammer, 13 maart 1920
Bron: particuliere collectie

De verdeeling van Turkije

De verdeeling van Turkije

Armenië, de Muurbloem

Tekening: Johan Braakensiek
De Amsterdammer, 1 mei 1920
Bron: particuliere collectie

Enver-Pasja en zijn partijgenooten

Enver-Pasja en zijn partijgenooten

“Proletariërs aller landen, enz,”...

Tekening: Albert Hahn jr.
De Notenkraker, 23 mei 1920
Bron: particuliere collectie

Holland en het mandaat over Armenië

Holland en het mandaat over Armenië

Janneke: Zeg, Jan, bemoei je niet met dat vreemde wespennest, je hebt genoeg te doen in onze Hollandsche en onze tropische tuin!

Tekening: P. de Jong
De Graafschap-Bode, 4 juni 1920
Bron: Delpher

Het lot van Armenië

Het lot van Armenië

Turk tot Armenië: “Onnoozele, ik zal je laten zien hoe weinig dat teeken je beschermt”.

Tekening: Louis Raemaekers
De Telegraaf, 24 juli 1920
Bron: Delpher

Waarover de Papen zwegen...

(Meer dan een millioen christelijke Armeniërs werden gedurende den wereldoorlog door de Turken afgeslacht)

Waarover de Papen zwegen...

De ene Paap tot de andere: – Christenvervolging? Geen sprake van. – Militaire noodzaak. We kunnen toch onzen bondgenoot den Turkschen sultan niet in verlegenheid brengen?

De Tribune, 13 maart 1930
Bron: Delpher

top