… / Nederland / Nederlandse pers / 1915–1918 / Tweeërlei lezing omtrent den toestand te Constantinopel
De Telegraaf, 17 september 1915
Bron: Delpher
Tweeërlei lezing omtrent den toestand te Constantinopel
De moeite waarmee men betrouwbare berichten
uit Constantinopel krijgt, wordt op treffende
de wijze geïllustreerd door de tegenstrijdige
mededeelingen, die een bijzondere Balkan-correspondent
van de "Times" de laatste dagen uit
de Turksche hoofdstad heeft ontvangen. Die
onbetrouwbaarheid is een paar procent minder
geworden sedert de "Agence Milli" haar weinig
gewaardeerde medewerking sterk heeft verminderd
– onze medewerker Leo heeft meer dan eens
den draak gestoken met de berichten van
dit persagentschap, dat zijn naam, volgens hem,
dankte aan de contes des mille-et-une nuits –
maar men doet nog altijd het beste, de berichten
uit Constantinopel eerst van achteren naar voren en
dan van voren naar achteren te leezen om ze
daarna voor kennisgeving aan te nemen.
Zooals gezegd, de berichten, die bovengenoemde
correspondent ontvangen heeft, spreken
boekdeelen voor het troebele van deze bron.
Een Amerikaansche vriend van den correspondent,
een man van groote bekwaamheid, die
in zijn land een voorname post bekleedt, vertelde,
toen hij dezer dagen uit Constantinopel
terugkeerde, het volgende, voor den Engelschman
weinig opwekkende, nieuws omtrent den
toestand en de stemming in de Turksche hoofdstad.
Constantinopel is op het oogenblik een
van de vroolijkste steden in Europa. Men merkt
er nauwelijks, dat het land in oorlog is. Niemand
denkt er in de verste verte aan dat de
Dardanellen ooit zullen worden geforceerd of
dat de gealllieerden de stad ooit zullen bereiken.
De Engelschen maken, meende de Amerikaan,
niet den minsten voortgang. De grondgesteldheid
is van dien aard, dat de mannen geen loopgraven
kunnen delven. Het eenige wat zij kunnen doen, is,
de Turken uit hun stellingen jagen en deze bezetten,
hetgeen echter nutteloos is, omdat ze
altijd zijn blootgesteld aan het vuur
van den Turkschen kant.
Het gevolg daarvan is, dat er voor iederen
Turk vijf Engelschen verloren gaan. Daar komt
nog bij, zei de Amerikaan, dat de Turksche
mensenlevens waardeloos zijn, want de Turken
gebruiken er niet hun beste troepen; die
worden in de onmiddellijke omgeving van Constantinopel
gehouden. Het materiaal dat in de gevechten wordt
gebruikt, bestaat uit minderwaardige
lichtingen uit Klein-Azië. Ze hebben
zóóveel voor op de troepen van de geallieerden,
dat onder die omstandigheden alle troepen het wel
klaar zouden spelen.
Kortom: de Amerikaan was in 'n heel gedrukte
stemming uit Constantinopel teruggekeerd.
Er is in Saloniki (daar komt de brief van den
"Times"-correspondent vandaan) echter ook
een Turksch agent aangekomen van een heel
groot handelshuis. Hij heeft zijn hele leven in
Constantinopel gewoond en kent het volk door en
door. Deze zegsman vertelde, dat de toestanden
wanhopig waren, in weerwil van de pogingen,
die de regeering aanwendde om de waarheid te
verbergen, komt het nieuws van het
front in de stad en zoo is het volk tot de overtuiging
gekomen dat het vonnis over de stad geveld is
Zij weten, dat de geallieerden iederen dag naderbij komen.
Zij zijn heel kwaad om de beperkende handelingen
die voor het vrije verkeer zijn gemaakt. Zij haten
de Duitsche officieren. De prijzen van de levensmiddelen
zijn ongeloofelijk hoog gestegen. De Turksche
verliezen zijn ontzettend. Een ontelbaar aantal
gebouwen zijn tot hospitaal ingericht en
alle zijn ze overvuld met gewonden. Hij gelooft,
dat het aantal gewonden in de stad de
100,000 al overschrijdt. Toen hij de stad verliet
werd zelfs het cijfer 120,000 genoemd.
Deze tegenstrijdige verhalen, merkt de
correspondent op, zijn beide geheel te goeder
trouw gedaan. Ze geven beide de persoonlijke
ervaring van den verteller weer: het verschil
bestaat slechts hierin, dat de twee mannen de
stad onder verschillende hoeken hebben bekeken.
De Amerikaan bewoog zich natuurlijk
voornamelijk in officieele kringen en kreeg zijn
inlichtingen voor het meerendeel uit officieele
bron. De ander spreekt namens een groot deel
van het volk. Een nog optimistischer lezing
geeft een Fransch officier, die aan de Dardanellen
gewond is geweest en thans te Saloniki vertoeft.
Hij vertrouwde, dat Constantinopel
voor het einde van September in handen
van de geallieerden zal zijn.
Er is slechts één punt, waarop alle verklaringen
overeenstemmen, dat is het vreeselijk
karakter van de Turksche gruwelen, die in Armenië
worden gepleegd. Men meent te mogen aannemen,
dat de Turksche regeering het vooropgezette
plan heeft, alle Armeniërs, dat zijn 'n
800,000 tot 1 millioen, stelselmatig uit te
roeien. De Christenen kunnen aan die moordpartij
ontkomen door tot het Mohammedaansche
geloof over te gaan. In dergelijke gevallen
worden alle vrouwelijke leden van huwbaren
leeftijd uit het gezin van den bekeerling
aan Turken overgeleverd, waarmee ze huwen
moeten; zoo is 'n toekomstige terugkeer tot het
Christendom uitgesloten.
De Amerikaansche minister te Constantinopel
moet onlangs tegen deze uitmoording heb geprotesteerd,
om het gevaar, dat Amerikaansche
zendelingen er bij liepen. Het eenige
antwoord op zijn protest was de terechtstelling
van 'n twintigtal aanzienlijke Armeniërs, die
den volgenden dag in de straten van Constantinopel
werden opgeknoopt
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

