… / Nederland / Nederlandse pers / 1905–1909 / De pogroms en vreemde interventie
De Telegraaf, 15 juli 1906
Bron: Delpher
De pogroms en vreemde interventie
Te Petersburg worden de woorden van prof. Stchepkine, president van de commissie
voor de parlementaire enquête, te Bielostock, afgevaardigde voor Odessa,
druk besproken. Deze besprak den 6den in de Doema de middelen om de herhaling van
dergelijke gruwelen als te Bielostock te voorkomen.
Hij had den moed, als volgt te eindigen:
"Er blijft een laatste middel over, dat overigens niet in onze macht ligt: de
tusschenkomst der vreemde mogendheden. Ik weet, er zijn personen, die dit idee
zelfs beleedigend vinden voor de natie, maar wat heeft de natie gemeen met het
ministerie, dat thans de macht in handen heeft.
De duistere regeering, die over ons heerscht, heeft aan Turkije het systeem der
pogroms ontleend. De moorden der Armeniërs en Bulgaren zijn werkelijk op
aanstoken der centrale macht geschied.
De beschaafde mogendheden hebben er een eind aan gemaakt, door Turkije onmondig te
verklaren. Wanneer weer pogroms in Rusland mochten voorvallen, zou ons hetzelfde
overkomen: de mogendheden die er zorg voor te dragen hebben, dat de humaniteit
niet op zoo gruwelijke wijze in 't aangezicht wordt geslagen, zouden Rusland
onder hunne voogdij nemen."
Met die "humaniteit" van de overige mogendheden staat 't nu wel niet zo fleurig
geschapen, maar 't gaat hier om 't feit, dat er ronduit in de Doema is
verklaard, dat Rusland hoognoodig de interventie van vreemden behoeft.
Ook is kenmerkend voor den huidigen toestand, dat de woorden van
den professor levendigen bijval van bijna de gansche vergadering verwierven.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

