… / Nederland / Nederlandse pers / 1915–1918 / Turksche gruwelen in Armenië
Tilburgsche Courant, 29 maart 1917
Bron: Delpher
Turksche gruwelen in Armenië
Er is een Engelsch boek verschenen
over de "behandeling van de Armeniërs
in het Ottomaansche rijk". (The treatment
of Armenians in the Ottoman empire.)
't Geeft de tragedie van een volk, dat
op de afschuwelijkste wijze wordt gemarteld
en vermoord.
Lezer, gij kunt het U niet goed indenken
hé, dat men in een land de bevolking
bij tienduizenden slacht, om aldus
tot een algeheele uitroeiing te komen!
Dat gaat boven Uw begrip van beschaafd
mensch. Wanneer ge, op straat een voorbijganger
zonder reden een hond ziet
slaan, dan vertoornt gij U reeds op den dierenbeul. Mishandeling en onrecht stuiten
U tegen de borst. En gij acht het volkomen onmogelijk, dat in een beschaafd
land menschen worden mishandeld en gedood
alleen uit pure wellust om een volk uit te roeien.
Toch geschiedt dit op het oogenblik in de wereld.
De Turken zijn bezig om het Armeensch
volk uit te roeien. Reeds één millioen
menschen hebben ze vermoord, na
hen eerst aan de beestachtigste mishandelingen
te hebben blootgesteld.
En nu zou men deze gruweldaden nog
eenigszins kunnen verklaren van het Turksche
uitvaagsel, maar dat een volk als
't Duitsche, in wiens macht het ligt, geen
hand uitsteekt om aan de menschonteerende schanddaden welke in Armenië
plaatsvinden, een einde te maken, dat
is diep bedroevend. Het zal de antipathie,
welke Duitschland sedert den oorlog geniet in de wereld, versterken en
de verantwoordelijkheid van dit land vergrooten.
Maar wat voor een volk zijn dan eigenlijk
wel de Armeniërs, dat het zoo bloedig vervolgd wordt?
De Duitsche geschiedschrijver Dr. Karl
Roth heeft het Armenische volk eens als
volgt geteekend.
"De beteekenis van het Armenische
volk is dikwijls miskend. De Armeniër
bezit alle eigenschappen om het werk van
den Duitschen beschavingsbrenger" (de
contradictie in terminis blijve voor rekening
van den schrijver) "te vergemakkelijken;
niet slechts dat hij gaarne onderwezen
wordt, maar hij heeft een aangeboren
gemakkelijkheid om talen te leeren.
En wat hem karakteriseert, is de
ongelooflijke energie en de volharding,
die hij toont bij alles wat hij onderneemt.
Die eigenschappen van den Armeniër komen
in zijn geheele geschiedenis voor
den dag, in zijn vasthouden aan zijn godsdienst,
niettegenstaande de verdrukking
en de eeuwenlange harde en wreedaardige
vervolgingen; in zijn gehechtheid aan
zijn rationaliteit, niettegenstaande de verschrikkelijke
stormen, die voortdurend
zijn land ontwricht hebben; in zijn trouw
aan zijn taal, niettegenstaande alle pogingen
om het Arabisch of het Turksch
in te voeren.
Die energie, die verstandelijke activiteit,
welke men niet bij alle volken in dezelfde
mate vindt, plaatsen den Armeniër
op den eersten rang. Als handelsman
neemt hij in Turkije de eerste
plaats in; schoon zij in de minderheid
zijn, staan de Armeniërs bovenaan als
handelaars, handwerkslieden, grootindustrieelen,
bankiers en exporteurs. De Armeniër
is een eerlijk, arbeidzaam, matig en
ondernemend man. Het is haast onnoodig
hieraan toe te voegen, dat de Armeniër,
dank zij zijn gaven, in alle wetenschappen
slaagt: als geneesheer, als
pharmaceut, als rechtsgeleerde; hij speelt
zelfs een groote rol in de Turksche bureaucratie.
De Armeniër schuwt den arbeid
niet: hij zoekt hem – iets dat men
van den Turk niet beweren kan. Daarom
vindt men de Armeniërs tot in de
hoogste ambten."
Een voortreffelijk volk dus, wiens eenigste
slechte hoedanigheid is, in het oog
van den Turk, dat het... christenen
zijn. Deswege zijn zij reeds door verschillende
opeenvolgende Sultans vervolgd.
In 1896 worden onder de regeering
van den groot-moordenaar Abdul
Hamid niet minder dan 2 a 300.000 Armeniërs
op de afschuwelijkste manier afgemaakt.
En in 1909 werden opnieuw een
25.000 menschen dood gemarteld. Vooral
sedert de jong-Turken aan het bewind
kwamen schijnt men er in Turkije
bijzonder behagen in te scheppen
het schoone Armenische volk te verdelgen.
Zijn wellicht de slagen welke den
Turken gedurende dezen oorlog door de
"christenen" zijn toegebracht, mede oorzaak
van deze beestige wraakoefening?
't Komt ons niet onwaarschijnlijk voor.
Het bovenaangehaalde werk getuigt er
van, dat we hier inderdaad te doen hebben
met een systematische uitroeiing.
Enkele citaten mogen dit bewijzen. (De
cijfers duiden de bladzijden aan.)
"De snelste manier om van de vrouwen en kinderen af te komen,
die in de verschillende kampen bijeengebracht waren,
was hen te verbranden. Groote houten schuren in Alidjan, Megrakom,
Khaskegh en andere Armeesche dorpen werden
in brand gestoken en de volkomen hulpelooze
vrouwen en kinderen werden doodgeroosterd.
Verscheidenen werden krankzinnig en
wierpen haar kinderen weg; sommigen
knielden en baden te midden van de vlammen,
waarin zij verbrandden; anderen gilden
en schreeuwden om hulp, die niet
kwam. Enkele beulen, die ongevoelig gebleven
schijnen te zijn bij deze ongeëvenaarde wreedheid,
namen de kinderen bij het been en wierpen hen in het vuur,
den brandenden moeders toeroepend: hier
zijn uw leeuwen". (86).
"In het begin van Juli kregen 2000
Armenische soldaten bevel naar Aleppo
te gaan om wegen aan te leggen.
Het volk van Harpout werd daardoor verschrikt
en er ontstond een paniek in de stad. De
Vali liet den Duitschen zendeling, Ehemann,
roepen en vroeg hem het volk te
kalmeeren, waarbij hij herhaaldelijk de
verzekering gaf, dat den soldaten niets
kwaads zou overkomen. De heer Ehemann
sloeg geloof aan die woorden en
kalmeerde het volk. Maar de soldaten
waren nauwelijks vertrokken of wij hoorden,
dat zij allen vermoord waren. Een
paar kondon ontsnappen en van hen hoorden
wij wat er gebeurd was". (90).
"Volgens berichten uit den Kaukasus
haalden de Turken, door bedreiging en
verraad, ongeveer 5000 Armeniërs bij elkaar
uit 20 Armenische dorpen rondom het
klooster van St. Garabed te Moesa en vermoordden zij hen.
Dit gebeurde bij den muur van het klooster. Voor de
moordpartij begon sprak een Duitsch officier,
die op den muur stond, de Armeniërs
toe, om hun te zeggen, dat de
Turksche regeering groote welwillendheid
had betoond aan de Armeniërs en
hen had geëerd, maar dat zij niet tevreden
waren geweest en autonomie verlangde:
daarop gaf hij met een revolverschot
het sein tot den algemeenen moord". (94)
"Nuri, de gouverneur van Gawar, vertelde
mij, dat hij order gekregen had van
den Turkschen bevelhebber alle Armenische
soldaten in het Turksche leger
te vermoorden. Hij zeide mij, dat hij, om
mijnentwil, het niet zou doen, maar dat
iemand anders het doen zou". (159)
"De Duitsche officieren te Erzeroum
hielpen de Turken de deportaties te organiseeren
en zij namen hun deel van den
buit. Bijna ieder hunner had Armenische
meisjes geroofd. Zoo nam een officier,
Schapner genaamd, vier meisjes mee; een
ander, Karl geheeten, twee meisjes, enz." (235)
"Den 4en Juni werd de eerste troep
van Armenische boeren uit de vlakte van
Erzeroum, ongeveer 15.000 personen,
door de gendarmen gedwongen hun huizen
te verlaten en naar Mahahatoun, ten
Westen van Erzeroum, te gaan. Zij werden
begeleid door chettis (Mohammedaansche
vrijwilligers, benden, die bestonden
uit misdadigers, sinds het uitroepen van
den heiligen oorlog uit de gevangenis losgelaten).
In den enkel-diepen modder en
op den oneffen weg vielen kinderen en
zwakke vrouwen neer onder het gelach
der chettis. Iederen avond werd er gedwongen
tol geheven van de boeren. Geleidelijk
werden zij beroofd van alles wat
zij bezaten: geld, kleeren, paarden, enz.
Meisjes en vrouwen werden onder de
Turken uitgedeeld wanneer de troep door
Turksche dorpen kwam. Een uur of wat
voorbij Mahahatoun, bij den ingang van
een vallei, het Kamakh-dal genaamd, werd
het convooi "uit een hinderlaag overvallen
door onbekende roovers". Het signaal
werd gegeven door een revolverschot en
daarop werd een kogelregen op de Armeniërs
gericht. Een van de overlevenden
van dit convooi, een jongen van 18 jaar,
dien ik in Erzeroum zag, vertelde mij,
dat het gejammer en het schreeuwen der
vrouwen en der huilende kinderen onder
het vuur waren om krankzinnig te worden.
Velen beproefden te ontsnappen,
maar zij werden door hun eigen escorte
beschoten. In twee uur tijds was
de vallei één groote ophooping van onbegraven
menschenlijken geworden. Enkelen
slechts van de 15.000, waarmede
op die manier afgerekend werd, ontsnapten en
bereikten als Turksche boeren verkleed, Erzeroum". (238)
Lezer, het boek wemelt van deze en dergelijke afschuwelijkheden. Maar laat ik ermede uitscheiden, want het moet U walgen.
Het is de onmenschelijkste schanddaad waarvan de geschiedenis nog ooit melding
kon maken. Zij roept tot God in
den hemel om wraak.
Maar ook zij mag niet zonder protest blijven van de zijde der beschaafde menschheid.
A.J.P.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

