… / Nederland / Nederlandse pers / 1924–1940 / De Assyrische Christenen
De Standaard, 14 februari 1934
Bron: Delpher
De Assyrische Christenen
IN BANGEN NOOD
De heeren G. L. Baron van Boetzelaer te Bilthoven en Prof. Dr. J. W. Pont te Bussum, zenden ons
namens het hoofdbestuur van de Morgenland-Zending een schrijven, waaraan het volgende is ontleend:
De wereldoorlog greep op onmeedoogende wijze in het leven der Assyrische Christenen, want ook hun
wachtte hetzelfde lot, dat het deel was der Christelijke bevolking in Klein Azië. Duizenden mannen,
vrouwen en kinderen zijn gedood, geheele families zijn in hun huizen opgesloten, waar ze levend
verbrandden; kinderen werden uit de armen der moeders gesleurd en voor haar oogen verpletterd;
hun eigendom werd geplunderd, hun kerken verwoest, hun dorpen gebombardeerd, verbrand, uitgemoord.
Duizenden families, die aan de massacres waren ontkomen, vonden een wijkplaats op de toppen der hooge
bergen en gedurende drie lange maanden was de grond hun slaapplaats, de hemel boven hen dekte hen
toe en waren zij van alle kanten door bloeddorstige en fanatieke vijanden omgeven.
Hun voedsel bestond slechts uit schapenvleesch — er was geen zout om het te bereiden —
men kreeg het toebedeeld in kleine porties, want de kudden waren door de Mohammedanen weggedreven.
Toen zij zich later in veiligheid konden stellen, stierf het overgroote deel tengevolge van Cholera
en andere ziekten. De rest, die al deze ellende te boven kwam, vinden we verspreid in Syrië en den
libanon — een volk zonder vaderland, dat in vluchtelingenkampen leeft onder al de ontberingen,
die daarmede zijn verbonden. Voor deze vluchtelingen werd tot dusver zoo goed als niets gedaan. Hun
geschiedenis loopt parallel met die der Armeniërs: ook hier een taai vasthouden aan hun Christelijk
geloof, waardoor de vervolgingen over hen losbarsten.
De Morgenland-zending (Secretariaat mej. Cato de Witte, Willem Barentzstraat 103, Utrecht) die door
een zendings- en ondersteuningsarbeid van ruim 10 jaren onder de Armeensche vluchtelingen in Syrië
met het zendingswerk in het Oosten is vertrouwd, wil trachten ook de belangstelling te wekken voor
deze groepen van Assyrische Christenen. Ook zij moeten innerlijk en uiterlijk worden geholpen. God
schenke onder deze Assyrische Christenen nieuw leven, opdat zij, zooals eens in vroeger eeuwen,
weer een zegen mogen worden voor de volken van het nabijë Oosten, in het bijzonder voor de
Mohammedaansche Koerdenstammen en Yezidees of duivelsaanbidders, met wie zij stamverwant zijn.
Wij voegen hieraan nog toe, dat deze Christenen in hun godsdienstoefeningen dezelfde taal gebruiken
als de Heiland sprak, en waarin het Evangelie van Mattheus het eerst was geschreven.
Daarom mag geen inspanning te groot zijn, geen tijd mag verloren worden, om deze resten der
Assyrische Christenen te redden. Mannen en vrouwen met een groot geloof moeten de hand aan den ploeg
slaan. De oudste geschiedenis van dit volk, hun geografische ligging, hun tegenwoordig karakter en
ijver om zich te ontwikkelen, hun aanhankelijkheid aan het Woord van God, en de teekenen der tijden
in deze landen, die hun schaduwen vooruitwerpen, van den geweldigen crisis, die komen zal, waarin
een leger van trouwe soldaten van het Kruis bereid zal moeten zijn, den strijd op te nemen, geven
ons moed, hun de helpende hand te reiken.
Er is wel geen volk, dat van de 3e tot de 16e eeuw zoo in den wijnberg des Heeren heeft gewerkt als
de Assyrische Christenen. Daarom reeds alleen heeft de kleine rest, die over bleef, het recht op
onze Christelijke naastenliefde, op onze sympathie en ons medeleven. Nog sterven er op dit oogenbhk
velen in de vluchtelingenkampen van Syrië en elders als offers van tuberculose en andere ziekten,
die het gevolg zijn van hun ellendig bestaan.
Giften worden gaarne in ontvangst genomen door de 2e penningmeesteresse der Morgenland-zending op
gironummer 18757.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

