… / Nederland / Nederlandse pers / 1924–1940 / Nieuwe ellende in Armenië
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 27 oktober 1926
Bron: Delpher
Nieuwe ellende in Armenië
Uitgenoodigd om in Holland lezingen te houden over
Armenische kunst en letterkunde en om geestelijke banden
tusschen de beide landen tot stand te brengen, verneem
ik dat een nieuwe ramp mijn arm vaderland getroffen
heeft. Het vierde gedeelte van de huizen van Erivan,
de hoofdstad van de republiek Armenië ligt in puin; de
helft van Leninakan (het voormalige Alexandropol), de
tweede stad van Armenië is totaal verwoest zonder nog
te spreken van tientallen dorpen en van duizenden dooden
en gewonden.
Men kent helaas slechts zeer onvoldoende dit land en
dit volk, dat slachtoffer van verschrikkelijke tegenspoeden,
door zijn groot lijden eenig is in de geschiedenis
der volken. Het Armenische volk, gesproten uit de groote
Indo-Europeesche familie, heeft zich vele eeuwen voor
onze tijdrekening gevestigd aan den voet van den berg
Ararat. In de tweede eeuw werd een groot deel der Armeniërs
gekerstend en droeg het Nieuwe Woord tot in verre
landen, tot in Toscane zelfs, waar St. Miniato, door het
volk genoemd de "Koning der Armeniërs", in het jaar
250 de leer van Christus bracht.
In 301, twaalf jaar voor Constantijn de Groote, onder
koning Piridat III, is Armenië het eerste land, dat het
Christendom als staatsgodsdienst aanneemt. En sinds dien
droeg het Armeensche volk, omringd door ontelbare
vijanden het wreedste martelaarschap dat ooit een volk
heeft gekend. Aangevallen door de Perzen, overloopen
door de Arabieren, uitgemoord door de Seldjoekidische,
later door de Osmaansche Turken, heeft dit volk toch in
den loop der eeuwen een geheel origineele cultuur weten
te scheppen, waarvan de invloed op andere culturen in
onzen tijd bestudeerd is door eminente geleerden als
Jozeff Stryjigovski, Schlumberger, Meillet, Charles Dihl, etc.
In 1914, bij het begin van den grooten oorlog waanden
de Armeniërs de dag van hun bevrijding aangebroken. Zij
vormen bataljons, verschaffen aan Rusland meer dan
200,000 soldaten, vechten aan alle fronten. De Turken,
gebruikmakend van de omstandigheden, verdelgen meer
dan een millioen van de vier millioen Armeniërs.
De geallieerden beloven gedurende den oorlog plechtig
de onafhankelijkheid van Armenië, omdat ze zoogenaamd
vechten voor de bevrijding van onderdrukte volken.
Het verdrag van Sèvres is slechts een vodje papier en
de heerschers van Europa verraden nogmaals een volk,
dat haar alles heeft geofferd.
In 1917 trekt de rest van het Armeensche leger zich
terug in de Russische provincies van het land, zet den
strijd voort en roept de onafhankelijkheid van Armenië
uit. In drie jaren verdragen de Armeniërs, uitgehongerd,
zonder geld, ongewapend, drie oorlogen. In 1919 worden
zij aangevallen door het Turksche en Bolsjewistische
leger; na een maand van weerstand geven zij het op.
Gedwongen van twee kwaden één te kiezen moet Armenië
in het verband der vereenigde Sowjet-republieken treden.
Met een millioen inwoners, in één totaal geruïneerd
land, waarvan de steden verbrand zijn door de overweldigers,
waarvan de dorpen door kanonnen zijn verwoest,
heeft de jonge republiek een ongehoorde poging gedaan
om zich te organiseeren en haar cultureel leven te herstellen,
Terwijl duizenden menschen in de straten van
honger stierven en meer dan honderdduizend weezen zich
voedend met gras in de bergen zwierven, stichtte de regeering
een universiteit met 5 faculteiten en 1400 studenten,
opende ontelbare scholen, musea, bibliotheeken. In vijf
jaar heeft men de grootste tunnel van Rusland geboord,
vele irrigatie-werken gegraven, electrische centrales, steden
en dorpen gebouwd, spoorwegen aangelegd, en dat
alles zonder hulp van buiten.
Dr. Nansen, de groote Noorsche ontdekkingsreiziger, die
voor eenige maanden in Armenië was, sprak voor de vergadering
van den Volkenbond zijn bewondering en groote
verbazing uit over dit taaie, werkzame en intelligente
volk. Allen, die in den laatsten tiid Armenië bezocht hebben
zijn het erover eens, dat dit kleine volk als voorbeeld
behoort te dienen van alle bewoners van het nabije
Oosten. Indien de plaatsruimte het mij veroorloofde, zou
ik hiervan talrijke getuigenissen van Amerikanen,
Engelschen, Russen e.a. kunnen aanhalen.
Dit volk, dat gedurende 20 eeuwen zijn lichaam heeft
gegeven aan vreeselijke martelingen om zijn Godsdienst
en zijn geest te redden, is thans opnieuw met een ontzettende
ramp geslagen. De stad Leninakan was het tehuis
van 40,000 weezen, die daar waren ondergebracht en
werden opgevoed. Bij de kou die er heerscht moeten zij
thans op straat verkeeren. Erivan, dat voor den oorlog
slechts een stad was van 25,000 inwoners, telt er heden
100,000. Honderd verwoeste huizen, met zooveel offers en
inspanning gebouwd, in één dag vernield, wil zeggen
dat een groot deel van haar bevolking dakloos is.
Ik hoop dus, zij het eenigszins gewaagd, het gemoed
te beroeren van de menschen van hart in dit zoo rustige,
rijke en gelukkige land, waarvan ik het genie bewonder
en dat ik als voorbeeld zou willen stellen aan mijn volk.
Zou het teveel zijn, als ik, mij tot de christenen van
Holland wendend, hun zeide dat er verheven plichten
bestaan jegens dit eerste christenvolk, dat zoozeer heeft
geleden voor het gemeenschappelijk geloof en het ideaal,
dat ons allen verlicht?
Mijn gevoel zegt van niet. Ik ben er zeker van, dat deze
oproep niet zal zijn een stem in de woestijn, en dat edele
menschen van hart en geest de broederband zullen reiken
aan een zuster-natie, al is deze ver van hen verwijderd.
CONSTANT ZARIAN
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

