… / Nederland / Nederlandse pers / 1924–1940 / Een kolonisatieplan
De Nederlander, 21 september 1927
Bron: Delpher
Een kolonisatieplan
Nieuwe hoop voor het Armeensche volk
In het Morgenland, het Zendingsblad der “Action Crétienne en Oriënt”, lezen we:
Reeds eenige maanden geleden schreven wij over de ondragelijke toestanden in de vluchtelingenkampen
en over de kolonisatieplannen van dr. Berron, die hierover gedurende zijn verbljjf in Syrië in 1927
uitvoerig met Fransche autoriteiten confereerde en toen het volgende voorsloeg:
De landstreek, die het best geschikt is, om er Armeensche koloniën te kunnen vestigen, loopt langs
de Syrische kust. In deze streek wonen reeds sedert onheugelijke tijden tal van Armeensche families
in de Armeensche dorpen rondom Soueydijé en Kessab (N.W. en Z.W. van Antiochië), terwijl in de
laatste 12 jaren een groot aantal vluchtelingen zich aldaar hebben gevestigd, zoodat de aanwezigheid
van Armeniërs in deze omgeving niets vreemds is en in geen enkel opzicht aanstoot geeft.
Bovendien biedt deze streek een groote mate van veiligheid, want in het Oosten verheft zich een
bergketen, Djebel Ansarieh, die als het ware een natuurlijke bescherming vormt tegen het daarachter
gelegen binnenland, terwijl in het Westen de Middellandsche Zee het mogelijk maakt in tijden van
gevaar op de schepen van bevriende mogendheden te vluchten.
De Armeniërs zelf, die vier jaar geleden van dit plan nog niets wilden weten, gaan er thans geheel
mede accoord en zijn bereid zich daarheen te verplaatsen, terwijl ook de Fransehe autoriteiten
hieraan hun geheele goedkeuring hechten. Ook de Amerikaansche en Engelsche zendings- en
ondersteuningsgenootschappen, die onder de Armeensche vluchtelingen in Syrië werken, zijn niet
ongeneigd tot samenwerking over te gaan.
Nu lezen wij in “The Friend”, dat een Internationale Commissie bezig is met een plan voor vestiging
van 20.000 vluchtelingen uit het landbouwbedrijf in de vruchtbare kuststreek van Tyrus en Sidon.
Dit plan zou eventueel kunnen worden uitgebreid en de c.a. 90.000 Armeniërs, die zich thans in
Syrië bevinden, kunnen omvatten.
Voor de verwezenlijking onzer kolonisatieplannen is echter veel geld noodig. De kosten voor vestiging
en onderhoud voor het eerste jaar bedragen ƒ 300.— per Familie.
Het adres van de penningmeesteresse, mejuffrouw Cato de Witte — zoo mogen we hier wel aan
toevoegen — is J.W. Frisostraat 38 te Utrecht, postgironummer 18757. Men vermelde op
postwissel of girobiljet het woord “Kolonisatie”.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

