… / Nederland / Nederlandse pers / 1899–1904 / De vreemdelingen en de politie
Leeuwarder Courant, 1 juli 1899
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland
De vreemdelingen en de politie
Naar aanleiding van hetgeen het Vad. onder
bovenstaand opschrift schreef – in een vorig
no. gemeld – zegt het Haagsche Dagblad:
Toen Minas Tchéraz alhier zoude optreden,
is zeer zeker van Turksche zijde hiertegen bezwaar
gemaakt.
Nu begrijpt een ieder, dat een Turksch diplomaat,
die zich beklagen wil over zaken van
publiek-rechtelijken aard, zich niet tot de politie
wendt, doch tot den minister van Buitenlandsche
Zaken, welke alsdan den minister van
Justitie van het incident in kennis stelt.
Zoo is het ook geschied in zake Minas Tchéraz.
Derhalve heeft toen reeds de Regeering haar
zienswijze omtrent de hier te houden conférences
aan de politie medegedeeld om deze
heeft overeenkomstig gehandeld, gelijk haar
plicht was.
Moest nu bij een nieuwe conférence van geheel
gelijken aard weer eens opnieuw door de
Regeering bij de politie aangeklopt worden?
Natuurlijk niet. De politie-ambtenaren, bekend
met de zienswijze der Regeering, zijn begrijpelijkerwijze
op den bevolen en ingeslagen weg voortgegaan.
Wij nemen daarom gaarne aan, dat ten opzichte
der voordracht van Riza Bey, Anméghion
c.s. de politie geen nieuwe instructies
ontving of afwachtte.
Doch het consigne was gegeven ter gelegenheid
van Minas Tchéraz, en dit is thans te
algemeen bekend om het nog met succes tegen
te spreken.
In antwoord op bovenstaande opmerkingen
van het Dagblad antwoordt het Vad.:
Wij kunnen in antwoord hierop niet anders
zeggen, dan dat wij onze mededeeling, die wij
niet neerschreven zonder elk woord te wegen,
in vollen omvang handhaven.
Wie aandachtig het Dagblad-stukje leest, bemerkt
trouwens dat hierin minder feiten, dan
wel gevolgtrekkingen staan, die als feiten worden
voorgesteld.
Dat de minister van Justitie instructies zou
hebben gegeven nu of vroeger, tengevolge
waarvan gehandeld zou zijn, als is geschied, is
te eenenmale onjuist. Men kan verschillen over
de vraag, of het verstandig was de politie geheel
zonder instructies te laten, maar een feit
is het, dat de minister van Justitie het geven
van instructies onnoodig heeft geacht en dat
noch direct, noch indirect, noch officieel, noch
officieus de vreemdelingen door de Regeering
zijn bemoeilijkt.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

