… / Nederland / Nederlandse pers / 1924–1940 / Morgenlandzending
De Graafschap-Bode, 3 november 1939
Bron: Delpher
Morgenlandzending
— Woensdag j.l. werd alhier de Dankdag
voor het Gewas gehouden. Nadat 's morgens
in de Kapel der Ned. Herv. Zendingsgemeente
Dr. J. Haantjes in den eigenlijken Dankstond
was voorgegaan, sprak 's avonds Mej.
Cato de Witte over: "Morgenlandzending".
Ds. H. Visser las eerst Jes. 55 en leidde
haar in.
Mej. De Witte trok een parallel tusschen
twee gedeelten uit het Nieuwe Testament en
datgene, wat in Armenië geschiedt: zooals er
in de Gelijkenis van den Barmhartigen Samaritaan
open wonden geslagen zijn, zoo zijn er
in het Armeensche Volk open wonden en ook
daar is een barmhartige Samaritaan gekomen,
n.l. in den zendingsarbeid der Europeanen, in
't bijzonder de Franschen en Nederlanders.
En zooals er in de Openbaringen gesproken
wordt van open deuren, zoo zijn er geopende
deuren bij het Armeensche Volk, die niemand
kan toesluiten. De open wonden zijn er velerlei:
gedurende den Wereldoorlog was er een
hevige strijd in Turkije, want de Jongturksche
Partij trachtte het Armeensche vraagstuk
op te lossen door deportatie der Armeniërs
naar de Turksche randgebieden. Zeer
velen werden er gedood. Thans wonen de
meeste Armeniërs buiten Turkije, zoo b.v.
velen in Aleppo. De Armeniërs zijn Christenen
en de nationale Armeensche Kerk is verwant
aan de Grieksch-Katholieke. Dit geeft veel
strijd, daar zij in een Mohammedaansche
wereld leven. De Turken bedreigen ook thans
de Armeensche gebieden, zoodat vele Armeniërs
uit die gebieden wegvluchten, bijna al
hun have en al hun werk van twintig jaar
achterlatend. Vele gezinnen, die bleven, zijn
geheel of gedeeltelijk uitgeroeid, zelfs weeshuizen
werden niet gespaard en vele Armeniërs
zijn verminkt. Deze kloppen aan bij het
Zendingshuis. De polikliniek en het krankzinnigengesticht
zijn overvol en er is vaak
geen geld om de ontredderden geneesmiddelen
te verschaffen. 95% is ondervoed. Verder
kost het ontzaglijk veel, de krotwoningen te
vervangen door menschwaardige huizen.
Ook zijn er innerlijke wonden: door de
lichamelijke nooden gelooven velen niet meer
in God. Toch bleven ook verscheidenen tot
in hun dood getrouw en werden hierdoor hun
moordenaars soms tot bekeering gebracht. Er
zijn nog open deuren: velen komen naar de
evangelisatietent op de markt te Aleppo of
zelfs 's nachts naar het Zendingshuis om meer
van Christus te hooren. Behalve deze open
deuren en een geopende hemel is een gelukkig
teeken, dat het buitenland bereid is te
helpen.
Aan de hand van lichtbeelden lichtte Mej.
De Witte een en ander toe en toonde zij het
Armeensche leven in al zijn nood en ellende.
Zij liet dan ook niet na om in haar bezielend
betoog de aanwezigen op te wekken de Armeniërs
zooveel mogelijk te steunen, te meer,
daar Frankrijk zich thans genoodzaakt ziet
zich terug te trekken.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

