… / Nederland / Nederlandse pers / 1878–1893 / De Armeniërs
De Tijd, 25 juli 1878
Bron: Delpher
De Armeniërs
(Particuliere Correspondentie.)
Tiflis, 12 Juli.
De Armeniërs, die volgens besluit van
het berlijner Congres, onder turksche heerschappij
verblijven, zijn met dit besluit
nog al tamelijk tevreden. Wel hadden de
bewoners van Erzeroem, Wan en Diarbekir
oorspronkelijk gehoopt op de formatie
van een onafhankelijke schatplichtige
provincie Armenië, maar zij kwamen
spoedig tot de overtuiging, dat hierop,
wegens de algeheele verspreiding van den
armenischen stam, weinig kans was. Sedert
700 jaren is Armenië dan ook reeds
uit de rij der Staten verdwenen. Wel
bestaat er nog een Goergistan, een Koerdistan,
een Latzistan, een Turkestan, maar in geen
stad of dorp van West-Azië zijn de
Armeniërs sterker in bevolking
dan voor dan één derde. Het schijnt ook,
dat bij de meeste Armeniërs
alle zucht tot nationaliteit is uitgedoofd:
zij hebben er ten gevolge van de eeuwenlange
overheersching door verschillende
volken weinig begrip meer van overgehouden.
Men zegt dan ook wel eens terecht, dat de
Armeniërs in Azië slechts
het beschavingselement vertegenwoordigen,
evenals de Grieken in Europa.
De Armeniër is al zeer tevreden, wanneer
hij vreedzaam leven kan en zooveel
mogelijk aan zijn zucht naar geld en rijkdom
kan voldoen. Als men hem thans
van zijn afhankelijkheid van het Turksche
Rijk losmaakte, dan zou hij in het geheel
niet meer weten met wien hij handel
moest drijven, en ten wiens kosten hij
zich zou verrijken. Tot dusverre waren
het bijna alleen de Turken, van den minsten
pacha af tot den Sultan zelf, die door
de Armeniërs op de schandelijkste wijze
werden uitgezogen. De armenische landlieden leggen
zich op den akkerbouw toe en
met meer succes dan de Turken; maar de
stedelingen – en deze heeft men alleen
op het oog, wanneer men van beschavingselementen
spreekt – de stedelingen
houden zich gewoonlijk met niets anders
bezig dan met geldverdienen en geld slaan
uit alles.
Het ligt in den aard der zaak, dat zulke
lieden weinig politieke eerzucht bezitten.
Ook de Joden in Europa praten nog wel
eens gaarne over de herstelling van hun koninkrijk;
maar allen geven er de voorkeur
aan om op kosten van andere volken,
onder welke zij gastvrij leven, zich zelven
de beurs te vullen.
Het berlijner Congres belooft aan de
Armeniërs verder nog eenige locale autonomie;
het belooft een einde te zullen
maken aan de verdrukkingen, die zij
dikwijls van de turksche autoriteiten te
verduren hadden, en verzekert hun eindelijk
de bescherming tegen de rooverijen
en gewelddaden van Koerden en Latzen.
Inderdaad dit is alles wat de "aziatische
beschavingselementen" slechts wenschen
kunnen. Het is te hopen voor Armenië,
dat de desbetreffende gunstige bepalingen
geen doode letter blijven.
De dringend noodzakelijke desinfectie
der stad Erzeroem en harer omgeving
kan thans als geëindigd beschouwd worden.
Vooral de vier turksche kerkhoven
van de stad zijn uitstekend behandeld.
Eene commissie van onderzoek, die ook
europeesche leden telde, betuigde over het
desinfectiewerk haar volkomen tevredenheid.
Er waren in de onmiddellijke nabijheid
der stad niet minder dan 14,000
turksche lijken op slechts geringe diepte
begraven. Natuurlijk werden hierdoor
allerwegen miasmen verspreid, die voor
de levenden doodelijk waren. Een vreeselijke
typhus was hiervan het gevolg.
Thans zijn alle graven zorgvuldig ontsmet
en met een aardlaag bedekt, een arbeid
die ongeveer een maand tijd heeft gevorderd.
Tengevolge daarvan is de sterfte
reeds veel verminderd.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

