… / Nederland / Nederlandse pers / 1905–1909 / De Christenmoorden in Armenië
De Tijd, 24 mei 1909
Bron: Delpher
De Christenmoorden in Armenië
In de laatst verschenen "Voorhoede" vinden wij het
vervolg van den brief van den Amerikaanschen
professor Gibbons over "De
Christenmoorden in Armenië", waarvan wij
reeds het eerste deel mededeelden.
Er zijn hier – aldus verhaalt deze
ooggetuige – twee bataljons Turksche troepen
aangekomen. Het plaatselijk bestuur wist niets
van hun reis; zij erkennen den sultan niet,
maar hebben bevelen ontvangen van Enver
Bey uit Saloniki. De meest tegenstrijdige
berichten omtrent den toestand te Konstantinopel
worden hier verspreid en er heerscht een
toestand van volkomen regeeringloosheid. Het
gros dezer troepen is naar Adana vertrokken,
waar alles rustig was, en heeft gisterenmorgen
de slachtig hervat. Zij hebben de weinige
Armenische bazars, die nog staande gebleven
waren, in de asch gelegd. Zij hebben
het geheele Armenische kwartier stelselmatig
platgebrand.
Gisterenmiddag heeft men de Gregoriaansche
school, die aan 2000 Armeniërs tot
schuilplaats diende, en die gedeeltelijk in een
hospitaal herschapen was, in brand gestoken.
Honderden personen kwamen in de vlammen om.
Zoolang de brand duurde omgaven troepen
het gebouw en schoten een ieder neer,
die zich trachtte te redden.
Het jongenscollege der Fransche Jezuïten is
in asch gelegd, zoo ook de groote Protestantsche
kerk der Amerikaansche missie. De Fransche
meisjesschool staat eveneens in vlammen.
Aan de Amerikaansche missie, waarin
talrijke missionarissen en vluchtelingen aanwezig
zijn, wacht een zelfde lot. Het aantal
dooden kan nog niet bij benadering vastgesteld worden.
De heer Gibbons besluit zijn tweeden brief
met een telegram, door de Amerikaansche missie
van Hajin aan den consul van Mersina
gericht. Er zijn slechts 5 vrouwen op dezen
missiepost aanwezig, die niet in staat zijn
zich te verdedigen. Miss Lambert, die het
telegram afzendt, verklaart alle hoop op redding
te hebben opgegeven. De Jong-Turksche
troepen vuren op de gebouwen der missie en
alle inlandsche bedienden zijn vermoord.
Dit schrijven bevestigt een zaak, waarop ik
reeds vroeger wees. Want wat gebeurt hier ?
De Jong-Turksche troepen, gezonden door een
comité, dat doortrokken is van Westersche
denkbeelden, storen zich niet aan hun orders,
en handelen geheel in strijd met den geest ervan.
Turkije te hervormen in een georganiseerden
staat, is bij den tegenwoordigen omvang
van het Rijk onmogelijk.
Door het samenvallen van de gruwelen met
het pronunciamento te Konstantinopel, is er
ongetwijfeld niet die aandacht besteed aan de
zaak, als wenschelijk is. En door het algemeene
van de slachting heeft het lang geduurd
voor we eenigszins uitvoerige berichten kregen.
Maar nu blijkt ook welk een omvang
het moorden genomen heeft.
Te Ischil, te Adana, te Mersina, Tarsus en
Djetveli, Alexandrette, Dortyal, Karsal en
Antiochië, Aleppo en Biredjik, Cassal... overal
zijn de Christenen aangevallen en ten deele
vermoord. Naast de droge zakelijke Reutertelegrammen
bereiken ons thans de jammerklachten
uit de getroffen missies. Zoo ontving
het Moederhuis her Eerw. Paters Franciscanen
een telegram uit Alexandrette: "Onze
missies in Syrië en Armenië verkeerden in de
laatste dagen in ernstig gevaar; onze gestichten
te Knais en Kassal werden door de
Muzelmannen geheel geplunderd. De missionarissen
zijn echter in veiligheid. Ik kom uit
Beyrouth, waar ik omtrent den toestand onzer
Huizen goed nieuws heb vernomen. 28 Fransche
Zusters vluchten van Adana naar Marasch.
In den omtrek van Adana werden 100
Protestantsche geestelijken en studenten in een
kerk verbrand.
De lijst der verschrikkingen ware nog veel
langer uit te breiden. Ik laat het hierbij. Na
den moord volgde de hongersnood. De magazijnen
waren in vlammen opgegaan, en in
sommige plaatsen, als Beyrouth hoopten duizenden
vluchtelingen zich op. De consuls van
Engeland en Amerika hebben naar hun regeeringen
om levensmiddelen geseind en aan hun
oproep paart zich die van Pater Charmetant,
generaal-overste der Oostersche Missiekerken
te Parijs, die om steun vraagt om te kunnen
voldoen aan de bede yoor de ongelukkigen,
gedaan door Mgr Terzian, Armenisch aartsbisschop
in het uitgemoorde district.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

