… / Nederland / Nederlandse pers / 1899–1904 / Buitenland
De Tijd, 11 juni 1904
Bron: Delpher
Buitenland
Terwijl in het britsche Lagerhuis
gisteren de ware of gefingeerde
wreedheden, bedreven in den Congostaat
het onderwerp van debat uitmaakten
(zie een afzonderlijk bericht),
interpelleerde de socialist De
Pressensé in de fransche Kamer de
Regeering over haar houding in zake
de jongste gruwelen, door turksche
troepen bedreven in Armenië, waar
in drie districten niet minder dan 25
dorpen zijn verwoest geworden, en op
twee plaatsen – Moesch en Sassoen
– op bevel van den Sultan van Turkije
alle Armeniërs moesten worden
uitgeroeid, omdat zij getracht hadden
met de wapens in de hand zich een
"meer mensonwaardig bestaan te verschaffen".
Europa mag bij zulke
bloedige gruwelen niet werkeloos
blijven toezien en Frankrijk moet den
Sultan door krachtige maatregelen
o.a. door het uitzenden van een eskader,
dwingen den beul der Armeniërs,
generaal Seki Pacha, van
zijn post te ontheffen. Zóó sprak De
Pressensé, een enkele maal toegejuicht
ook door de Rechterzijde.
Delcassé betoogde, dat de fransche
Regeering o.a. door het vergrooten
van het aantal consuls voldoende het
hare ertoe had bijgedragen om uitvoering
te geven aan de bepalingen van
het verdrag van Berlijn. Overigens
was de schildering door den interpellant
van den toestand gegeven,
overdreven geweest. In de bergachtige
streek van Sassoen hadden zich
armeensche revolutionairen genesteld,
die men kan vergelijken met de
bulgaarsche insurgenten. Wat echter
betreft de buitensporigheden, waaraan
zich de turksche autoriteiten hadden
schuldig gemaakt – zou de Regeering daarover tot den Sultan een
vertoog richten, ten einde dezen aan
het verstand te brengen, dat het
dringend noodzakelijk is daaraan paal
en perk te stellen.
En hiermede zal de armenische
quaestie wel blijven hetgeen zij geweest is!
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

