… / Nederland / Nederlandse pers / 1919–1923 / De moorden in Cilicië
Algemeen Handelsblad, 6 maart 1920
Bron: Delpher
De moorden in Cilicië
De correspondent van de "Times" te Konstantinopel
schrijft in een brief van den 16en
Februari bijzonderheden over de in Cilicië
door de Turken op Armeniërs gepleegde moorden,
waarover, gelijk we mededeelden, de
Armeensche vertegenwoordigers zich beklaagden,
en die zoowel in de conferentie te Londen
als in het Engelsche Lagerhuis ter
sprake kwamen en gedeeltelijk in de Fransche
pers werden tegengesproken.
De correspondent begint met te wijzen op
de gemengde bevolking van Cilicië, waar
Arabische fellahs, voor het grootste gedeelte
tot een niet-Mohamedaansche secte
behoorende, Afghanen, Grieken, Koerden,
Circassiërs, Turcomannen, duivelaanbidders,
en Armenische en Syrische Christenen door
elkaar wonen.
De Turken zijn in de meerderheid, maar
Adana is meer Armeensch dan Turksch.
Den 31en October 1918 stond de Engelsche
cavalerie aan den voet van den Amanus
en de Turksche troepen waren verplicht uit
de vlakte van Cilicië terug te trekken.
Het land kwam toen, als behoorende tot
de O(ccupied) E(nemy) T(erritories) A(dministration,
noordelijke afdeeling, onder
Fransch beheer. In October 1919 werden de
Engelsche troepen door Fransche vervangen,
terwijl de Turksche nationaliteiten onder
Moestafa Kemal zich in steden dicht bij de
noordgrens nestelden. Intusschen werkten
hun agenten onder de Turken van Cilicië,
die de correspondent beschrijft als verraderlijk
en dom.
Voor het vertrek der Engelschen werd besloten
de inwoners van Adana te ontwapenen.
Het plan lekte uit, met het gevolg, dat
den Armeniërs de wapenen ontnomen werden,
maar de Turken de hunne begroeven.
De Engelsche troepen te Marash werden
vervangen door een regiment, hoofdzakelijk
samengesteld uit Armeniërs, die aan het
Palestina-front goede diensten hadden bewezen.
In het begin hebben eenige soldaten
van dat regiment Turken vermoord, aan
wie zij de mishandeling hunner familieleden
toeschreven, maar later werd hun gedrag
uitstekend. Zoodat verdere klachten uitbleven.
Maar de Turken duldden hun tegenwoordigheid
niet en toen op last van den
Franschen militairen gouverneur van de
stad de Turksche vlag op de regeeringsgebouwen
werd neergehaald, barstte de
woede los. De onderbevelhebber werd door
de menigte mishandeld en moest de wijk nemen.
De Turken begonnen nu de Armeensche
wijken te beschieten. De Franschen en
Armeniërs werden belegerd in de gebouwen
van de Amerikaansche missie, maar gedwongen
de stad te ontvluchten. Nu moest de
ongewapende Armeensche bevolking het ontgelden.
De correspondent meldt enkele staaltjes
der door de Turken op de stedelijke en
landelijke bevolking gepleegde wreedheden.
Moestafa Kemal tracht zich te vereenigen
met de Arabieren. Als hun dat lukt, is het,
naar de meening der nationalisten, uit met
de Armeniërs in Cilicië, maar ook met de
Franschen in Syrië, en de Britten in Noord-Mesopotamië.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

