… / Nederland / Nederlandse pers / 1915–1918 / Een betooging van Joden
Algemeen Handelsblad, 3 december 1917
Bron: Delpher
Een betooging van Joden
LONDEN, 2 Dec. (Reuter.) Vanmiddag
is hier in het Opera House een groote
vergadering gehouden om dank te betuigen aan de
Britsche regeering voor haar verklaring in zake
Palestina als tehuis voor het Joodsche volk.
Er waren in deze bijeenkomst ook vele Arabische
en Armenische persoonlijkheden aanwezig.
Lord Rothschild zat voor en deed mededeeling
van vele ontvangen betuigingen van sympathie.
De president van de Armenische nationale
delegatie zond o.a. de verklaring, dat hij
van harte belangstelde in den grootschen maatregel
die met steun der Britsche regeering voor
de Joden zou worden genomen, "welke ons
recht geeft om te hopen, dat op den dag der
overwinning de Armenische aspiratiën zullen
worden verwezenlijkt tezelfder tijd dat het
Joodsche volk zijn wenschen ziet vervuld."
Lord Rothschild wees er op, dat de vergadering
een der merkwaardigste was in de Joodsche
geschiedenis der laatste achttienhonderd
jaar. Hij deed een beroep op de Joden om samen
te werken ten einde de koloniseering van
Palestina tot een duurzaam succes te maken.
Rothschild stelde daarop een motie voor om
den dank en de vreugde uit te spreken van de
Joden voor den steun, dien de regeering geeft
aan de nationale aspiratiën van het Joodsche
volk.
Lord Robert Cecil zeide dat het hier in deze
vergadering niet slechts ging om de bevrijding
van de Joden, maar ook om die van het
Arabische en Armenische ras. Hij wilde dat de
Arabische landen zouden zijn voor de Arabieren,
Armenië voor de Armeniërs en Judea voor
de Joden en zoo mogelijk ook Turkije voor de
Turken. Hij zeide dat Groot-Britannië door het
Zionisme te steunen slechts zijn traditioneele
politiek volgde van de heerschappij van recht
en vrijheid te vestigen.
Lord Robert Cecil vervolgde: Wijl de rechtlooze
inval in België door de eerlijke inzichten
van het Britsche volk werd gevoeld als een aanval
op het beginsel van het recht, acht dit
volk het onmogelijk zelfs te denken aan het
spreken over vredeswaarden zoolang niet
die wandaad is goedgemaakt.
Spr. wees op het zelfbestuur der volken in
het Britsche rijk en zeide dat een der groote
beginselen, waarvoor Groot-Britannië ten oorlog
ging, was de waarborging aan alle volken
van het recht zich zelf te regeeren, hun lot te
bepalen zonder vrees voor bedreigingen van
hun grooter naburen. Een der voornaamste
stappen ter uitvoering van dit beginsel is de erkenning van het Zionisme. Een eerste stap naar de gehoopte nieuwe regeling der wereld na den oorlog. Het is hier niet alleen de erkenning van een nationaliteit, maar de herboorte van een natie, die van grooten invloed zal zijn in de geschiedenis der wereld en van onberekenbare gevolgen voor de toekomst van het menschelijk ras.
Mark Sykes zeide dat naar zijn meening de taak van het Zionisme was om de brug te zijn tusschen Azië en Europa. Wij hopen de Arabische beschaving hersteld te zien in Bagdad en Damascus.
De opperrabbijn meende dat de verklaring in zake Palestina de verzekering was van de zijde van het machtigste der Rijken dat de regeling die de geallieerden na ten koste van zooveel levens en rijkdommen voorbereiden, gegrondvest zal zijn op rechtvaardigheid voor alle onderdrukte nationaliteiten.
De Arabische vertegenwoordiger Sjeik Ismail Abdoealakki deelde mede, dat hij door de Turken ter dood was veroordeeld, omdat hij zich aansloot bij de Arabische nationale beweging. Hij vertrouwde dat Engeland en Frankrijk en het groote verbond waarvan deze de grondzuilen zijn, aan zijn broeders de verlossing uit de slavernij zullen brengen. Hij achtte het plicht van iederen Mohammedaanschen Arabier om samen, te werken met mannen van elken godsdienst aan het herstel van zijn ongelukkig land.
Yoesoef Sakagan sprak voor de Syrische Christenen. Ook hij verklaarde uit te zien naar Engeland en Frankrijk om het jegens zijn volksgenooten begane onrecht goed te maken.
Nahoen Sokelof, een der leiders van het Zionisme, zeide dat de Entente cordiale tusschen Joden, Arabieren en Armeniërs reeds in beginsel was aanvaard, door de leidende vertenwoordigers van deze drie natiën. Zoo mocht men met vertrouwen intellectueele, sociale en economische samenwerking in de toekomst verwachten.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

