… / Nederland / Nederlandse pers / 1910–1914 / Het in gevaar brengen van onze onzijdigheid
Algemeen Handelsblad, 29 september 1914
Bron: Delpher
Het in gevaar brengen van onze onzijdigheid
Artikel 100 van het wetboek van strafrecht luidt:
"Met gevangenisstraf van ten hoogste zes
jaren wordt gestraft:
1e. hij die, ingeval van een oorlog, waarin
Nederland niet betrokken is, opzettelijk eenige
handeling verricht, waardoor de onzijdigheid
van den staat wordt in gevaar gebracht, of
eenig bijzonder voorschrift tot handhaving der
onzijdigheid van regeeringswege gegeven en
bekend gemaakt, opzettelijk overtreedt;
2e. hij die, in tijd van oorlog, eenig voorschrift
van regeeringswege in het belang der
veiligheid van den staat gegeven en bekend
gemaakt, opzettelijk overtreedt."
Op grond van dit artikel is dezer dagen op
last der justitie te Amsterdam door de politie
in twee gevallen opgetreden.
Het eerste geval betrof de "Illustration",
en wel de nummers van 8 Augustus en 29
Augustus. In het nummer van 8 Augustus
kwam het bekende kaartje voor, waarop door
middel van een pijltje geheel ten onrechte was
aangegeven, alsof de Duitschers bij hun aanval
op Luik, bij Eysden over Nederlandseh gebied
zouden zijn getrokken.
Het nummer van 29 Augustus bevatte een
teekening van Georges Scott, voorstellende een
Duitsch soldaat, met den voet op het lichaam
eener vrouw, brandende huizen op den achtergrond,
en het onderschrift: "Leur façon de
faire la guerre" ("Hun manier van oorlogvoeren").
Deze beide nummers zijn door de Amsterdamsche
justitie aan de politie toegezonden,
ten einde, op grond van het bovengenoemde
artikel, daarover de leden der firma Meulenhoff
& Cie. alhier te hooren, welke firma,
zooals men weet tijdelijk de "Illistration"
(ook de bewuste nummers) hier te lande heeft
laten nadrukken, omdat uit Frankrijk geen
exemplaren de firma bereikten.
Het tweede geval betreft een plaat van
Louis Raemaekers, voorkomende in "De Telegraaf",
van 23 September, avondblad, en voorstellende
twee steenen beelden van de kathedraal
van Reims, tusschen welke een Duitsch
soldaat geknield ligt. Het opschrift luidde:
"Als de steenen spreken!" en het onderschrift:
"Deze was 't, die ons schond!"
In dit geval is door de politie proces-verbaal
opgemaakt. Gistermiddag is, naar wij in
De Tel. lezen, ook het cliché van de plaat in
beslag genomen.
Dat de politie ook zelfstandig waakt tegen
alles, wat onze onzijdigheid in gevaar kan
brengen, blijkt o.a. hier uit, dat aan een
winkelier in de Nieuwe Hoogstraat gisteravond
werd aangezegd om het onderschrift
van een plaat, voorstellende het 42 c.M.
kanon, welk onderschrift luidde: "Het moordkanon
der Duitschers", te verwijderen.
En op verzoek der politie is onlangs een
einde gemaakt aan het openlijk uitstallen van
een groote kleurige plaat, in België gedrukt,
met een aanschouwelijke voorstelling van de
gruwelen van den oorlog in België.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

