… / Nederland / Nederlandse pers / 1878–1893 / Brieven uit het Oosten
Algemeen Handelsblad, 26 maart 1887
Bron: Delpher
Brieven uit het Oosten
KONSTANTINONPEL, 21 Maart.
(Part. Corr.)
Het ontslag van den patriarch der Armeniaansche
gemeente heeft hier zeer de
aandacht getrokken. De zaak is waard
verteld te worden, omdat zij een eigenaardig
licht werpt op de zeden en gebruiken
van het Oosten.
Ongeveer twee jaren geleden sprak de
Sultan den wensch uit het groote Armeniaansche
kerkhof, dat in de nabijheid van
zijn paleis Jildez gelegen is, aan te koopen.
Hij achtte dit noodig, daar de toestand
van het kerkhof de gezondheid der
omwonende bevolking begon te bedreigen.
Het plan was de doodenakker te
veranderen in een plantsoen en aan de
Armeniaansche gemeente een ander terrein
aan te wijzen, waar zij hare dooden zou
kunnen begraven.
De gemeente echter was met deze plannen
verre van ingenomen.
Men moet bij de beoordeeling dezer feiten
in aanmerking nemen, dat in het Oosten
godsdienst en nationaliteit synoniem
zijn, mede ten gevolge van de samensmelting
der civiele en godsdienstige wetten,
en dat alle zinnebeelden van den
godsdienst tevens de symbolen zijn der
nationaliteit. Dit verklaart waarom de
Armeniërs weigerden aan het Turksche
gouvernement een heilige plaats, als de
begraafplaats voor hen was, af te staan. In
de oogen van de groote massa, die niet
redeneert, maar eenvoudig oordeelt met het
hart, stond dit afstaan van de rustplaats
hunner afgestorvenen gelijk met het verkoopen
van het kruis.
De patriarch oordeelde echter anders.
Hij overwoog hoezeer de welwillendheid
der regeering wenschelijk en nuttig is voor
zijne gemeente en stemde daarom toe. Maar
de Nationale Raad, die onder den invloed
stond der publieke opinie, volgde zijn
voorzitter niet en verwierp het voorstel,
wat het aftreden van den patriarch ten
gevolge had.
De regeering legde nu deze weigering
op hare wijze uit en schreef, dat zijne
majesteit zeer onaangenaam getroffen was
door de wanordelijke tooneelen, die het
gevolg waren geweest van het voorstel tot
aankoop van het kerkhof en dat hij nooit
van getrouwe onderdanen een dergelijke
houding had verwacht. Terzelfder tijd
drong de minister van justitie er bij den
patriarch op aan, dat hij zijn plaats zou
behouden.
In de afgeloopen week heeft de Nationale
Raad zich nu tot den Sultan gericht
om hem mede te deelen, dat het kerkhof
ter zijner beschikking was, maar dat de
gemeente het recht verzocht om ook in het
vervolg op de graven der vaderen te
komen bidden. Voor 't geval Z.M. mocht
wenschen, dat de graven zouden worden
ontruimd, verklaarden de Armenianen zich
bereid de stoffelijke overblijfselen in ontvangst
te nemen en elders heen te voeren.
De Sultan heeft echter dit offer van de
hand gewezen. Hij is niet van plan aan
de graven te komen. Hij wenscht alleen,
dat het verwaarloosde kerkhof, omheind
en gedesinfecteerd zal worden, dat er
boomen en bloemen worden geplant en
er niet meer worde begraven.
Hoe de uitkomst ook zij, het is zeer
onwaarschijnlijk, dat de patriarch aan het
hoofd der gemeente zal kunnen blijven;
vooral ook omdat hij het volk tegen zich
heeft, dat hem verwijt de hand te lichten
met het art. 61 van het Berlijnsche verdrag,
welker toepassing sinds 1878 te vergeefs
door de Armenianen wordt geeischt.
Deze twist over een kerkhof zal uwen
lezers wellicht zeer onbeduidend toeschijnen
en toch is hij van groot gewicht. Indien
toch thans als patriarch een vurig
patriot optreedt, die ter wille der Armeniaansche
zaak alles wil wagen, zou Europa
wel eens geroepen kunnen worden zich
bezig te houden met die Armeniaansche
quaestie, die thans nog achter de schermen
ligt, maar tot allerlei moeilijkheden aanleiding
kan geven. Toen de patriarch
Narses stierf, slaagde het gouvernement er
in den tegenwoordigen patriarch, die "hun
man" was, te doen benoemen; maar als
deze aftreedt zal zijn opvolger zeer waarschijnlijk
een lid der nationale partij zijn,
die de traditie van het Armeniaansche
bisdom zou hervatten, welke op enkele uitzonderingen
na, steeds de belichaming
was van de patriotische wenschen der
natie.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

