… / Nederland / Nederlandse pers / 1919–1923 / Vredesonderhandelingen
Algemeen Handelsblad, 22 februari 1921
Bron: Delpher
Vredesonderhandelingen
Het verdrag van Sèvres
Nu de besprekingen te Londen zijn
begonnen is het zeker niet ongewenscht eens
even kort den inhoud van het verdrag van
Sèvres in herinnering te brengen. Dit verdrag
is op 10 Augustus 1920 geteekend,
maar nog steeds niet geratificeerd. Integendeel
men weet hoe vooral de Franschen op
een herziening van dat verdrag aandringen,
zoodat de gebeurtenissen in Griekenland
voor hen een buitenkansje waren, omdat zij
nu de verwezenlijking van hun verlangens
in het verschiet zagen.
Het verdrag van Sèvres bepaalt, dat vrijwel
het geheele Europeesche Turkije, behalve
Konstantinopel en een smalle strook
grondgebied daarom heen aan Griekenland
komt, benevens de eilanden Tenedos en
Imbros. Turkije erkent tevens dat de door
Griekenland bezette eilanden in de Aegeïsche
Zee, Grieksch zijn. Maar Griekenland
krijgt nog meer. Turkije moest ook een deel
van Smyrna en het achterland,
aan Grieksch beheer overlaten, met de bepaling
dat over een vijftal jaren een volksstemming
zou beslissen of het land Grieksch
zou blijven of niet. Echter het was niet
alleen Griekenland dat op kosten van Turkije
werd uitgebreid. Turkije moest de
onafhankelijkheid erkennen van Armenië,
Mesopotamië, Syrië, Hedjaz. Voor het beheer
van Mesopotamië, Syrië en Palestina
zouden mandaten worden verleend aan
Engeland en Frankrijk.
Turkije moest verder afstand doen van
alle oude rechten, die het nog zou kunnen
doen gelden. Het moest de Fransche protectoraten
erkennen over Tunis en Fransch
Marokko, de Italiaansche souvereiniteit
over Lybië en de Dodecaneser, de Britsche
protectoraten over Egypte en Soedan, de
Britsche souvereiniteit over Cyprus en het
moest aan Groot-Britannië de rechten afstaan
die aan de Porte waren gewaarborgd
in het Suezkanaal-verdrag van 1883.
Een commissie door den Volkenbond aangewezen
zou het beheer hebben over de kustgebieden,
wateren en de scheepvaart in
Dardanellen, Zee van Marmara en Bosporus.
Konstantinopel zou onder Turksche souvereiniteit
blijven, maar te allen tijde zou hierin verandering
kunnen worden gebracht, indien Turkije de door het verdrag
opgelegde verplichtingen o.a, betreffende de bescherming der
nationale minderheden e.d. met zou nakomen. Ten slotte
bevatte het verdrag nog bepalingen omtrent de beperking
der bewapening en de toekomstige financieele regelingen.
Daar in Klein-Azië in het zuiden nog een
uitgestrekt gebied deels aan Frankrijk, deels aan Italië
als sfeer van invloed was gegeven bleef den Turken dus
feitelijk niets over dan het binnenland van Anatolië met
het noordelijke kustgebied en Konstantinopel.
Maar in Anatolië heeft Kemal-pasja het verzet tegen
het verdrag van Sevrès georganiseerd en de Turken
bleken volstrekt niet gezind zich te onderwerpen aan de
opgelegde voorwaarden, die de officieele Turksche regeering,
wier hoofdstad door geallieerde troepen was bezet,
wel moest teekenen.
Er zal nu een poging worden gedaan om
een oplossing te vinden en te trachten met
den onwilligen nationalistischen hond de haas te vangen.
Frankrijk wil Kemal lokken door hem af te staan wat
Griekenland was gegeven: Smyrna en wellicht ook Thracië.
Maar in Engeland is daartegen nog verzet. Hoe echter
het standpunt der Engelsche regeering ten slotte zal zijn
is moeilijk te zeggen. De komende dagen zullen dat moeten leren.
De Londensche conferentie
LONDEN, 22 Febr. (Reuter.) De Kemalistische gedelegeerden
zijn gisteravond te Londen aangekomen.
LONDEN, 22 Febr. (R.B.D.) Bakir Sami Bei, het hoofd der
Kemalistische delegatie, die gisteravond aangekomen is,
heeft in een interview met Reuter gezegd, dat hij noch van
Groot-Britannië, noch van de deputatie uit
Konstantinopel, officieel bericht had ontvangen. Hij
verklaarde echter dat alleen de Kemalistische delegatie
voor Turkije kon spreken. Ten aanzien van de betrekkingen
tusschen de regeering te Angora en de boljewiki zei spr. dat
die vriendschappelijk waren, hoewel er geen sprake was van
een verbond of van aanvaarding der Sovjet-beginselen.
De Fransche bladen, die de laatste berichten betreffende de
conferentie te Londen commerteeren, constateeren dat volgens
Briand zelf, deze dag enkel een dag van inleiding der
Grieksch-Turksche kwestie was. De correspondent van het
Petit Journal wijst er op, dat het aan Briand te danken is,
dat deze dag, waarvan men niet veel verwachtte, op een gelukkige
wijze gebruikt werd, niet alleen om het terrein te banen maar
ook om het debat over de Oostersche quaestie te openen.
Het Journal merkt nog op, dat de Engelsche premier niet zal
travrigeeren in zake de nood, dat Duitschland zijn verplichtingen
na moet komen, zowel wat de schadevergoeding betreft als de
ontwapening en betreffende de noodzakelijkheid om de sancties
toe te passen.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

