… / Nederland / Nederlandse pers / 1878–1893 / Amsterdam, Dinsdag 20 Juli
Algemeen Handelsblad, 21 juli 1880
Bron: Delpher
Amsterdam, Dinsdag 20 Juli
Het antwoord van Abeddin-pacha op de nota der
mogendheden, betreffende uitvoering der hervormingen
in Armenië, overeenkomstig art. 61 van het Berlijnsche
verdrag, is in zijn geheel bekend geworden. Het
komt in hoofdzaak overeen met hetgeen wij daarover
reeds medegedeeld hebben. Wat in dit antwoord het
meest treft, is de bevestiging van feiten, waarvan de
onjuistheid reeds sedert lang is gebleken, en de ontkenning
van grieven, welke maar al te gegrond zijn.
Gelijk men weet, belooft Abeddin-pacha dat het Armenisch
grondgebied verdeeld zal worden in gemeenten,
die een raad zullen kiezen; de Turksche regeering zal
uit dien raad een burgemeester benoemen, onder voorwaarde
dat hij den godsdienst belijde van de meerderheid
der gemeenteleden. Doch reeds vóór twintig jaren
behoorde deze verdeeling der districten in gemeenten
te bestaan, indien het destijds uitgevaardigde reglement
op de villayets ernstig ware toegepast. Men beoogde
toen een verstandige administratieve en rechterlijke
decentralisatie op groote schaal, en de maatregel zou
stellig uitnemende vruchten hebben gedragen, indien
de uitvoering met eenigen goeden wil gepaard ware
gegaan. Het zijn stellig niet de Armeniërs, die zich
tegen deze regeling hebben verzet, en men kan zelfs
zeggen, dat al de gevestigde ingezetenen van het
Turksche rijk ernstige pogingen zouden aangewend
hebben, om er het welslagen van te verzekeren, indien
zij slechts eenigen steun hadden gevonden bij de pacha's
die het bestuur voerden, en indien niet beletselen van
allerlei aard in Armenië waren opgeworpen , vooral
door de nomadische en plunderzieke bevolkingen, voor
wie elk geregeld bestuur onverdragelijk is.
De rechterlijke hervorming, welke insgelijks wordt
aangekondigd, zou met dankbaarheid door de Armenische
bevolking worden aangenomen, indien er het
eenige karakter aan werd gegeven, waardoor zij nuttig
en weldadig kan werken. Ongelukkigerwijze laat de
nota zich over dit punt niet uit. Wel is er sprake van
ambulante gerechtshoven, waarvan de invoering als eene
kostbare nieuwigheid wordt aangekondigd. Die hoven
bestaan echter reeds sedert vele jaren en zelfs is het
Christelijke element er even goed als het Muzelmansche
in vertegenwoordigd. Doch zij kunnen de getuigenis
der Christenen slechts voor eenvoudige kennisgeving
aannemen. Zoo de Porte werkelijk hervormingen had
willen invoeren, zou hare aandacht in de eerste plaats
moeten gericht zijn op dit punt, waardoor aan Christenen
en Muzelmannen gelijke rechten verleend worden.
Een derde onderwerp is de organisatie der gendarmerie,
welke sedert drie jaren reeds zoo dikwijls het
onderwerp van gedachtenwisselingen heeft uitgemaakt,
vooral toen sir A.H. Layard den Sultan plannen voor
het bestuur van Klein-Azië aanbood. Destijds toonde
de Turksche regeering zich, evenals thans, geneigd om
alles te doen, doch zij verklaarde tevens onmogelijk
iets te kunnen uitrichten zonder geld. Geen geld, geen
hervormingen, noch wat de rechterlijke inrichting,
noch wat de gendarmerie betreft. Engeland was aan
dat oor doof, en Klein-Azië kreeg niets. Waarschijnlijk
zal het nu niet veel beter gaan.
Ten slotte komt de Porte voor den dag met de bewering,
dat de Armeniërs slechts een klein deel der
bevolking (17 pCt.) zouden uitmaken. Wij hebben reeds
vroeger met cijfers de onjuistheid dezer bewering aangewezen.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

