… / Nederland / Nederlandse pers / 1915–1918 / Hulp voor het Armenische volk
Algemeen Handelsblad, 2 maart 1918
Bron: Delpher
Hulp voor het Armenische volk
Het hier ter stede gevormde Comité tot hulp
voor het Armenische volk hield gisteravond in
de Engelsche Kerk, Begijnenhof, een openbare
samenkomst om belangstelling te wekken voor
de onderdrukte Armeniërs.
Dr. L. Heldring, de voorzitter van het
comité, opende de bijeenkomst met een kort
woord, waarin hij deed uitkomen dat hetgeen
den Belgen is wedervaren en den Armeniërs
nog steeds wedervaart, ons stemmen moet met
een gevoel van dankbaarheid voor wat God ons
genadiglijk heeft bespaard. Hij wekte op om
een gave af te zonderen voor de Armenische
weezen en sprak daarna een kort gebed uit.
Vervolgens was het woord aan prof. dr. J.D.
Pont, die een korte schets van de geschiedenis
van het Armenische volk gaf, het
volk dat zoo lijdt en zoo verdrukt wordt, maar
waarvoor door geen christelijke mogendheid iets
wordt gedaan. Er zal voor de Armeniërs eerst
dan wat gedaan worden, als er gekomen
zijn een waarachtige omkeer, een zedelijke
factor in heel het politieke optreden der
mogendheden. Zoolang er geen nieuwe geestelijke
atmosfeer zal zijn ontstaan, zullen wij
slechts medelijden kunnen hebben met de lijders
in Klein-Azië, die de Armeniërs zijn. Zij vormen
een volk van martelaren, hun geheele geschiedenis
door. Eén groote lijdensgeschiedenis
is de geschiedenis van het Armenische volk
Ook hun kerk is een martelaarskerk, welke
nooit tot bezield leven is kunnen komen. Gelijk
zij was in de vierde en de vijfde eeuw, is
zij tot op den huidigen dag nog. Er is een
zekere versteening over haar gekomen, maar
dit alles openbaart zij toch groote vasthoudendheid
aan de christelijke belijdenis, aan het
christelijke geloof. De Armenische Kerk is een
ceremonieele kerk; gepredikt wordt er niet,
maar er wordt elken Zondag tweemaal godsdienstoefening
gehouden, waarbij vaste gebeden
en gezangen zijn voorgeschreven en de Schrift
gelezen wordt. Het is echter een godsdienstoefening
waarbij het Evangelie vooraan staat,
waarin het Woord een eereplaats inneemt.
Verder schetste spreker de Armeniërs als een
volk met een rijk innerlijk leven; als een volk
van poëzie en van diepen weemoed.
Dit volk staat sinds de 19de eeuw ten dode
opgeschreven. Op hem wordt toegepast
wat den vorige Sultan zei: "de eenige oplossing
van de Armenische kwestie is de vernietiging van de Armeniërs."
Zoo groot is het lijden van het volk,
dat een zijner dichters getuigde:
Niemand wacht u hier, o lente!
Niemand leeft om u te ontsmelten,
Niemand kan u blijde groeten,
Waarom komt gij hier, o lente?
Het leven der Armeniërs is een leven van
enkel lijden. God geve dat voor hen eenmaal
aanbreke een betere lente, de liefde voor een
lijdend, wegstervend volk.
Ds. H. Koffijberg, de volgende spreker, getuigde van
het lijden van het Armenische volk in deze tijd.
Sinds de laatste halve eeuw is geen beschaafde Christennatie
die zulk een vollen beker van ellende, rouw en
dood heeft moeten opdrinken als dit kleine
nauwelijks vier millioen leden tellende volk.
In 1896 werden 90.000 Armeniërs dood de
Turken vermoord, zonder dat een der mogendheden,
die de rechten der Armeniërs
gewaarborgd hadden, tusschen beide kwam.
En sinds de Jong-Turksche politiek zegevierde is het
lot der Armeniërs nog duizendvoudig
verzwaard. In 1909 werd een ware razzia onder
de Armeniërs gehouden. 20.000 Armeniërs
kostte die het leven. En gedurende 1915/1916
en later werd eveneens ontzettend door de
Turken onder hen huis gehouden.
Men zegt dat van de 1.900.000 Armeniërs,
in Turkije levende, stellig meer dan een
millioen gedood of gedeporteerd zijn.
Wat kan en moet Christelijk Europa hier
tegen doen? Er moest een algemene kreet
van verontwaardiging uit de Christenheid opstijgen.
"Armenië helpen, is de menschheid helpen, de Christenheid helpen,"
zei Gladstone. Laat ons de macht des geestes en des geloofs te
werk stellen ten dienste van het geplaagde Armenië.
Laat ons God en menschen vragen: helpt Armenië!
Ten slotte sprak ook de heer Léon Tinghir uit Armenië. Ook hij gewaagde van martelingen die de Armeniërs ondergaan.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

