… / Nederland / Nederlandse pers / 1919–1923 / De teekening van het Vredesverdrag
Algemeen Handelsblad, 18 juli 1923
Bron: Delpher
De teekening van het Vredesverdrag
De Sovjetregeering uitgenoodigd.
LAUSANNE, 17 Juli. (B.T.A.) De
vredesconferentie noodigde de sovjetregeering
telegrafisch uit om op 21 dezer de conventie
inzake de zee-engten te komen teekenen.
Desgewenscht zal zij evenwel ook gedurende
de eerstvolgende drie weken gelegenheid
hebben om te Konstantinopel het protocol
te teekenen.
Nadere bijzonderheden.
LAUSANNE, 17 Juni. (B.T.A.) De
laatste plenaire zitting der conferentie zal
niet openbaar zijn.
Het politieke, het economische en het
financieele comité kwamen achtereenvolgens
bijeen.
Het politieke comité nam zonder discussie
het protocol aan omtrent de ontruiming van
de bezette gebieden en de wateren van het
nieuwe Turkije.
Het nieuwe protocol betreffende Karagatsj
en de toelating van België en Portugal
tot de onderteekening der economische en
financieele bepalingen van het vredesverdrag
zijn vermeldenswaard.
De onderteekening van het verdrag zal
officieel den staat van vrede herstellen tusschen
Portugal en Turkije.
Alle delegatieleiders zonder uitzondering
gaven Turkije in overweging onverwijld en
op ruime schaal amnestie te verleenen, ingaande
bij de onderteekening van het verdrag.
Zij drongen er op aan, dat deze amnestie
ook zooveel mogelijk zou worden verleend
aan de verbannen Armeniërs.
Ismet antwoordde, dat er amnestie zou
worden verleend volgens de bepalingen der
conventie, doch hij eischte voor Turkije het
recht op om ten aanzien van de Armeniërs
deze zelf vast te stellen.
Bij de sluiting der zitting gaf Sir Horace
Rumboldt uiting aan zijn vreugde over de
gesloten overeenkomst.
Het tweede comité vergaderde vervolgens
onder voorzitterschap van Pellé.
Hij deed voorlezing van een intergeallieerde
verklaring omtrent de gesloten overeenkomsten
en sprak de hoop uit, dat zij ten
uitvoer zouden worden gelegd. De geallieerden
behielden zich het recht voor om met
alle middelen de naleving te verzekeren.
Ismet antwoordde, dat de Turksche regeering
in onderhandeling zou treden met
de houders van Turksche stukken en herhaalde,
dat de betaling der coupons noch
in ponden sterling noch in goud kon geschieden.
Pellé constateerde, dat de verklaringen
van Ismet die der geallieerden niet verzwakten
en dat de partijen tot nader order verplicht
waren de overeenkomsten na te leven.
Venizelos verklaarde, dat de onderhandelingen
tusschen de houders der schuldbewijzen
en Turkije aan dit laatste voordeelen
verschafte ten aanzien van de betaling der
coupons der schuld in Griekenland. De bepalingen
van het verdrag zullen niet beletten,
zeide hij, dat ook Griekenland met de
houders der stukken beraadslaagt, doch deze
quaestie raakt op het oogenblik de geallieerde
regeeringen niet.
Het economisch comité kwam bijeen onder
leiding van Montagna en nam het protocol
inzake de concessies aan.
Rumboldt las een verklaring voor, waarin
leedwezen werd uitgesproken over het feit,
dat Ismet is teruggekomen op zijn vroegere
verklaringen ten aanzien van de Turksch
Petroleum Cy. Engeland beschouwt deze
concessie als geldig en zal Turkije verantwoordelijk
stellen voor een eventueel in gebreke
blijven.
Ismet antwoordde, dat hij arbitrage had
voorgesteld.
De Amerikaansche waarnemer zeide zich
te verheugen over de algemeene regeling der
consessies.
De Japansche vertegenwoordiger zal het
protocol nopens de concessies niet teekenen,
daar er in Turkije geen enkel Japansch consessionaris
is. Niettemin blijft Japan steeds
voorstander van het beginsel der open deur.
Pellé verzocht vervolgens om het privilege
der Ottomaansche Bank met twee jaar te
verlengen.
Ismet beloofde hierover met zijn regeering
te zullen beraadslagen.
De vertegenwoordiger van Bulgarije sprak
de hoop uit, dat aan de Bulgaarsche aanspraken
op de Egeïsche Zee eenmaal voldoening
zou worden verschaft.
Montagna verklaarde ten slotte, dat het
vredesverdrag zeker niet volmaakt was, doch
dat het waard was te worden nageleefd.
Pellé richtte daarop nog het woord tot de
Turksche journalisten, waarbij hij uiting
gaf aan de hoop dat de contracteerende partijen,
met name Turkije, het verdrag zullen
aanvullen en verbeteren.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

