… / Nederland / Nederlandse pers / 1915–1918 / De tragedie der Armeniërs
Algemeen Handelsblad, 18 mei 1918
Bron: Delpher
De tragedie der Armeniërs
Gladstone: "To serve Armenia is to serve civilization."
Alle officieele tegenspraken, alle verontschuldigende
verklaringen van de Turksche
machthebbers ten spijt, is aan de wereld
bekend geworden, welk een afschuwelijk
treurspel zich heeft afgespeeld in de dorpen
en dalen van het verre Klein-Azië, welk
een gruwelen tijdens dezen oorlog daar begaan
zijn aan een christelijk volk, dat zeker
al meer dan de helft van zijn mannen, vrouwen
en kinderen verloor door de stelselmatige
wreedheid van den Turkschen overheerscher.
Een jaar geleden ongeveer hebben
we, in hoofdzaak ons grondend op mededeelingen
van Duitsche, dus zeker onverdachte
zijde, uitvoerige bijzonderheden meegedeeld
over de systematische uitmoording
van het Armenische volk.
Men mocht hoop hebben, dat het bekend
worden van de gepleegde gruwelen eenige
verbetering zou brengen in het lot van dit
tot wreeden ondergang gedoemde volk, dat de
Turksche machthebbers er voor zouden terugdeinzen
tegenover het forum van geheel de
beschaafde wereld nog verder de bloedschuld
op zich te laden van den moord op een geheel
volk.
Het was wel een zeer zwakke hoop en
wreed is ze verstoord, wijl immers al weer
berichten komen van versche gruwelen, nu
de ineenstorting van het Russische Rijk
nieuwe deelen van Armenië heeft overgeleverd
aan de willekeur der Turksche
machthebbers en hun bloeddorstige benden.
Onlangs verscheen te Londen (bij Hodder
en Stoughton) een boekje van den Armeniër
A.P. Hacobian, die thans in Engeland
woont. Lord Bryce schreef voor dit werkje
de voorrede. Het manuscript dateert al van
den aanvang van het vorige jaar en zoo vinden
we in dit "Armenia and the war" geheeten
boekje met verheugenis melding gemaakt
van de Russische revolutie, van de
geboorte van het vrije Rusland. "Dat de verklaringen
van de voorloopige regeering van
het vrije en herboren Rusland door de Armeniërs
met innige voldoening worden begroet,
behoeft niet te worden gezegd. Deze
verklaringen, gevoegd bij die reeds door de
geallieerde regeeringen omtrent haar oorlogsbedoelingen
gedaan, en president Wilsons
"Declaration of Liberty" verzekeren ten
slotte de verwezenlijking van Armenië's
rechtmatig verlangen naar vrijheid en zelfbestuur."
Eilacy, wat is er van deze schoone verklaringen
van het vrije Rusland geworden,
wat is er van het vrije Rusland trouwens
zelf geworden?
Bij den vrede van Brest-Litowsk is Armenië
volkomen ten offer gebracht. Niet alleen
werd in het vredesverdrag de ontruiming
bepaald van de door de Russische
legers bezette gebieden van Turksch-Armenië,
maar ook het Russische Armenië – Ardahan,
Kars, Batoem – tot dusver de
toevlucht van zoovelen, die zich aan de
macht der Turksche onderdrukkers wilden
onttrekken werd bij het verdrag weder overgegeven
aan den Turk.
In een vraaggesprek met een medewerker
van den "Matin" – overgenomen in "La
Voix de l'Arménie" van 15 Maart – heeft
Boghos Nubar pasja, president van de Nationale
Armenische delegatie bij de geallieerde
regeeringen, zich met bitterheid uitgelaten
over dit verdrag van Brest-Litowsk,
gesloten enkele maanden slechts na de plechtige
verklaring van den raad van volkscommissarissen
te Petrograd: dat de regeering
van arbeiders en boeren van Rusland het
recht erkende der Armeniërs van het
Turksch-Armenië, dat door Rusland was bezet,
om vrij hun lot te bepalen, zelfs indien ze
volkomen onafhankelijkheid zouden kiezen.
De regeering der bolsjoviki bepaalde zelfs,
dat geen ontruiming van Turksch-Armenië
door de Russische troepen zou plaats hebben,
eer een nationaal Armenisch militieleger
zou zijn gevormd, dat de veiligheid
van leven en eigendom van de bewoners van
Turksch-Armenië zou kunnen beschermen.
Natuurlijk is van al dat moois niets terecht
gekomen. Nadat de bolsjevikische praatjesmakers
den boel in Rusland hopeloos in den
war hadden gestuurd, moesten ze zich wel
onderwerpen aan de eischen der tegenstanders,
al ging dat ook gepaard met de opoffering
van het Armenische volk, dat eerst
met zoo vurige hoop had opgezien tot het
vrije Rusland, dat eindelijk de bevrijding
zou brengen van het gehate Turksche juk.
Ook Russisch-Armenië zal dus worden
ontruimd en den Turk worden hergeven.
Wat hier het volk te wachten staat, laat
zich denken. Vooral na de berichten, reeds
naar Europa gekomen over de gruwelen na
de inneming van Trebizonde door den Turken gepleegd.
De laatste Turksche legerberichten, zegt
Boghos Nubar pasja, die spreken van "Armenische
benden", zijn bovendien een sombere
voorspelling en herinneren maar al te
zeer aan de voorbereidende beschuldigingen,
die steeds de slachtingen voorafgingen om
te trachten deze reeds bij voorbaat te rechtvaardigen.
"De toestand der Armeniërs is thans zeer
benard. Nooit was deze natie in den loop
van haar overoud bestaan, hoe rijk ook aan
rampen, zoo dicht bij den afgrond en de
vernietiging. De Armeniërs van Turkije
vonden tot dusver steeds een toevlucht bij
hun broeders in den Kaukasus, telkens als
hun bestaan ernstig in gevaar was; thans
wordt dit asyl, deze laatste wijkplaats zelf
bedreigd, van buiten door den naderenden
vijand, van binnen door de Koerden en Tartaren,
die hun Turksche geloofsgenooten
met geestdrift zien komen."
Wie zal Armenië redden? Het is te vreezen,
dat de Armeniërs overgelaten aan zich
zelf en zonder mogelijke hulp van de geallieerden,
zullen worden verpletterd. En
machteloos zal men dat voorloopig moeten
aanzien.
Het eenige, dat wij hier kunnen doen is
door milde gaven mede te werken aan het
hulpwerk van het Zwitsersche comité, dat,
beschikkend over relatiën in de noodlijdende
geteisterde streken nog iets kan doen om
althans een deel van het lijden te verzachten
en de resten van het ongelukkige Armenische
volk te redden.
Een Nederlandsch comité belast zich, zooals
men weet, met de inzameling van gelden
ten behoeve van het Zwitsersche comité –
wijl rechtstreeksche relatiën van Nederland
met personen in het zwaar beproefde land
ontbreken –; de penningmeesteresse van het
Amsterdamsche Comité "Hulp voor het
Armenische volk", mej. L.C.A. van Eeghen,
Heerengracht 462, zal dankbaar elke gift
ontvangen voor het goede doel.
J.G.B.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

