… / Nederland / Nederlandse pers / 1924–1940 / De eeuwig vluchtende Armeniërs
Algemeen Handelsblad, 14 oktober 1939
Bron: Delpher
De eeuwig vluchtende Armeniërs
Nu weer een groep van hen slachtoffer van de politiek
UIT SANDSJAK GEËMIGREERD
De stichting "Morgenland-Zending", voorzitter de
heer G. L. baron van Boetzelaer te Bilthoven,
secretaresse mej. Cato de Witte te Utrecht, geeft
in een brochure een schets van een nieuwen slag voor
het christelijke volk der Armeniërs:
"Het Armeensche volk is door een nieuwen zwaren
slag getroffen; opnieuw is het het slachtoffer
geworden van de politiek. Voor Frankrijk en
Engeland was het noodzakelijk een bondgenootschap
met Turkije aan te gaan, om hun positie aan de
Dardanellen en in de Middellandsche Zee te versterken.
Als gevolg daarvan moesten duizenden Armeniërs hun
vaderland verlaten. Reeds in Juni jl., toen
schrijfster dezes in het Sandsjak van Alexandrette
vertoefde, was de stemming onder de Armeensche
bevolking uiterst gedrukt. Ze stonden aan allerlei
plagerijen bloot, en hadden toen reeds eenparig het
besluit genomen in geval van bezetting door Turkije
en vertrek der Fransche troepen dit gebied te
verlaten. En zeer snel is de dag van het vertrek
gekomen. Zij hebben daarbij alles achter moeten laten
wat zij na den terugkeer uit de groote verbanning in
1918 onder ontzaglijke moeiten en offers hadden opgebouwd.
Vijf en twintig jaar hebben zij gewerkt; moerassen in
vruchtbare vlakten herschapen; dorpen zijn ontstaan;
in het begin heeft de malaria geheele gezinnen ten
grave gesleept, en terwijl men thans kan zien, wat
Armeensche energie heeft gewrocht, treft hun deze
slag. Vóór de laatste Fransche militairen zijn
vertrokken, hebben ook de 26.000 Armeniërs
vrijwillig het land verlaten. Nog op 22 Juli jl.
brachten Armeensche chauffeurs uit Aleppo hen in
250 vrachtauto's naar deze plaats, waar de eene
vrachtauto na de andere volgeladen met menschen en
het allernoodzakelijkste bezit, aankwam."
De Turken hadden, zoo lezen wij nog verder,
een dergelijken uittocht niet verwacht, en
vroegen waarvoor deze eigenlijk noodig was.
De Armeniërs hebben geantwoord, dat zij dezelfde
behandeling vreezen, die hun stamgenooten
in het eigenlijke Turkije ondergaan:
geen eigen kerk of school mogen deze zelfs
meer hebben.
De vluchtelingen zijn thans o.a. te Lattaquié,
het oude Laodicea, te Aleppo en te
Beiroet, en lijden veel ontberingen.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

