… / Nederland / Nederlandse pers / 1924–1940 / De rustelooze Assyriër
Algemeen Handelsblad, 11 augustus 1933
Bron: Delpher
De rustelooze Assyriër
Een moeilijk oplosbaar vraagstuk.
De berichten der laatste dagen betreffende
den opstand der Assyriërs in Irak brengen de
Assyriërsquaestie weer eens in het middelpunt
der belangstelling. Deze quaestie heeft gedurende
meer dan 15 jaren den Volkenbond,
Engeland en de landen van het Nabije Oosten
voortdurend bezig gehouden. De Assyriërs
zijn, wat ras betreft, de zuiverste nakomelingen
der oude Assyriërs uit den tijd voor
Christus. Zij zijn Christenen en wel aanhangers
der Chaldeeuwsche secte. De Assyriërs behoorden
reeds in het oudere Turkije tot de
minderheden, die hun eigen recht verlangden
en die tegenover de Mohammedaansch-Turksche
overheid voortdurend in de oppositie
waren. Gedurende den wereldoorlog, toen een
groot deel der Arabieren en Syriërs onder
Engelschen invloed Turkije afvielen, geloofden
ook de Assyriërs volledige onafhankelijkheid
te kunnen verwerven. Zij vormden een eigen
leger, hetwelk in aansluiting met het Engelsche
leger tegen Turkije opereerde. Hiertegenover
gaf Engeland den aanvoerders der Assyriërs
de belofte, dat na den oorlog in het Mosoelgebied,
het hoofdverblijf van het Assyrische
volk, een autonome Assyriërsstaat geschapen
zou worden.
Na den oorlog begon de verdeeling van Arabië,
waarbij Engeland en Frankrijk in de
eerste plaats met de Arabische Mohammedanen
en later ook met Turkije rekening houden
moesten. De belofte van autonomie, den Assyriërs
gegeven, werd hierdoor niet gehouden,
hoewel de Assyriërs den Volkenbond met petities
overstroomden. Het Mosoelgebied moest
op strategische en economische gronden aan
Irak komen (olie-quaestie), waardoor het meerendeel
der Assyriërs onder toezicht van Irak
kwam. Turkije liet in geen geval nog Assyriërs
meer tot zijn gebied toe, daar het deze
groep Christenen, evenals de Armenische
Christenen, sedert hun anti-Turksche optreden
gedurende den wereldoorlog als "doodsvijanden"
van Turkije aanzag. Dientengevolge overschreden
ook nog de op Turksch en gedeeltelijk
ook op Russisch gebied levende Assyriërs
de Iraksche, resp. Persische grens, terwijl de
uit Turkije verdreven Armeniërs zich hoofdzakelijk
naar Syrië wendden.
Buiten de in Engeland en in Amerika verstrooid
levende Assyriërs zijn in Irak en in
Perzië in het geheel nog circa 40.000 Assyriërs,
die overwegend in het Mosoelgebied geconcentreerd
zijn en zelf hun eigen chaldeeuwschen
patriarch hebben. Ter vervanging van de
niet gehouden belofte der autonomie heeft
Engeland groote moeite gedaan, de door den
oorlog rondzwervende Assyriërs gratis land
voor nederzetting te verschaffen. Verder
streefde Engeland ernaar, de Assyriërs te bevredigen
en op een of andere wijze regelmatigen
arbeid te geven, door het vormen van verscheidene
bataljons Assyrische troepen, die
onder commando van den Engelschen bevelhebber
in Irak staan, dus niets met het Iraksche
leger te maken hebben. In Bagdad b.v. voorziet
het Assyrische bataljon, zooals op nevenstaande
foto te zien is, de lijfwacht voor het
huis van den Britschen opperbevelhebber. In
de uitoefening van hun godsdienst en in het
bezoek van eigen scholen worden de Assyriërs
niet gehinderd.
Ondanks dit alles kan het Assyrische volk
met den tegenwoordigen stand van zaken geen
vrede hebben, daar het practisch nog steeds
in ballingschap leeft. Zelfs hebben onder de
Assyrische troepen muiterijen plaatsgevonden,
hoewel deze dank zij goede betaling, kleeding,
onderdak etc. goed verzorgd zijn. Bij haast
alle opstanden der Koerden tegen de Iraksche
regeering hebben de Assyriërs op een of andere
wijze een rol gespeeld. Ook vonden tot
in den laatsten tijd af en toe scherpe oneenigheden
tusschen Assyriërs en Arabiërs plaats.
Zoo werden b.v. in Mei 1930 in Roemenië vijf
Assyriërs vermoord gevonden, zonder dat ooit
een verklaring of vergelding voor deze daad
heeft plaats gevonden.
Ook de jongste onrusten en opstanden der
Assyriërs komen ten slotte uitsluitend voort
uit de rusteloosheid van dit volk, dat door
den oorlog volledig ontworteld en een
vreedzamen ordelijken werkkring ontwend geworden
is. Het is jammer voor deze menschen,
die sedert oude tijden tot het Christendom
behoord hebben en daardoor op een betrekkelijk
hoog cultureel peil staan. Door deze duizendjarige
oude traditie is het ook wel te begrijpen,
dat de kleine minderheid der Assyriërs
zich in geen geval wenscht te onderwerpen aan de
volstrekte heerschappij der Mohammedaansche
Arabiërs of der Koerden. Aan
den anderen kant is het der Mohammedaansche
regeering van Irak met consideratie voor
de chauvinistische en streng geloovige Mohammedaansche
meerderheid niet mogelijk, den
Assyriërs de door hen verlangde vrijheden,
zooals communaal zelfbestuur, nederzetting in
de afgesloten gebieden, etc, toe te staan. Derhalve
vraagt de quaestie der verstrooide Assyriërs
nog steeds om oplossing bij de vele andere
problemen, die de nieuwe groepeering
van den Oriënt na het verval van het Turksche
sultanaat tot op heden heeft opengelaten.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

