… / Nederland / Nederlandse pers / 1919–1923 / De Conferentie van Lausanne
Algemeen Handelsblad, 10 januari 1923
Bron: Delpher
De Conferentie van Lausanne
De quaestie der minderheden. — Het tehuis
der Armeniers en de Bulgarenquaestie van de
baan. – Geen amnestie voor Mahomedaansche
oorlogsschuldigen. – Mosoel.
Onze medewerker G. Nypels seint uit
Lausanne:
Terwijl men in conferentiekringen en een
geïnspireerde pers om doorzichtige redenen
pessimisme blijft voorwenden, kwam de plenaire
zitting van de commissie inzake de
minderheden de eerste door mij reeds Zondag
geseinde geruststelling bevestigen. Lord
Curzon, dien de eer van de
quaestie der minderheden door de Italianen
en Turken gegund werd, vroeg na lange
redevoeringen voor home comsumtion en veel
lof aan Montagna voor diens presidium van
de zoo succesvolle subcommissie aan Ismet,
of hij, Curzon, goed begrepen had, dat als
de geallieerden uitbreiding toestaan van den
dienstplicht tot de minderheden, de Turken
bereid zijn toe te geven de amnestie uit te
breiden tot de Mohamedanen. Verder
kregen de quaesties van het tehuis van de
Armeniërs en Chaldeeërs en de terugkeer
van de Bulgaren naar Oost-Thracië,
waarvoor men zich een paar weken geleden nog
zoo warm maakte, een eervolle begrafenis
met vele en welsprekende redevoeringen,
waarop de Turken doodkalm antwoordden,
dat de Geallieerden maar afwachten moeten,
daar het nieuw Turkije gewoonweg idyllisch
van rassenvriendschap worden gaat.
In antwoord op een vroegere vraag der
Turken of de geallieerden bereid zijn de
Mohamedaansche oorlogsschuldigen in hun
kolonies te amnestieeren, verklaarde heden
Bompart uit naam der Fransche regeering
dat dit totaal onmogelijk was, daar in
Marokko, Tunis, Algiers enzovoort iedereen
gelijk is voor de wet, zoodat als zij de
Mohamedanen amnestieerde, zij dit ook
de Franschen zou moeten doen, waartoe
Frankrijk niet bereid is.
Typeerend voor de verhoudingen in de
Fransche delegatie is, dat deze rede van
Bompart in de Fransche persconferentie
doodgezwegen werd.
Bij de begrafenis van het Armeensch tehuis
viel het zwijgen van Child op, wiens
ijver hier door Washington gestopt werd,
zoodra Angora als represaille de onderhandelingen
over de consessies met den Amerikaan
Chester afbrak.
Uit de discussies is nog interessant, dat
Venizelos poogde de schuldigen aan de
militaire vergrijpen uitgesloten te krijgen
van amnestie, waartoe de Turken bereid
zijn, maar Montagna hield vast aan het
principe van een amnestie zoo uitgebreid als
mogelijk is.
De Turken weigerden pertinent, in Konstantinopel
een vertegenwoordiger van den
Volkenbond toe te laten ter controleering
der minderheden, en op alle weigeringen van
Ismet ging Curzon heden niet verder dan te
hopen dat de Turken zullen: "pay him
the compliment of further consideration".
In de zitting der sanitaire subcommissie
weigerden de Turken het gisteren geseind
voorstel der Geallieerden, maar deden het
tegenvoorstel van een enkelen Westerschen
medicus, aan te wijzen door den Volkenbond en
die automatisch na drie jaar vertrekt.
Over Mosoel is nog niets bestemds te
melden.
In de Engelsche persconferentie werd verklaard,
dat de Turken die naar Londen gingen,
daar met particulieren, en niet met de
regeering, hadden geconfereerd en dat
Curzon zou aftreden als de petroleumkringen
te Londen hem zouden willen dwingen.
De Turken beweren dat de quaestie van
Mosoel is opgelost, op de stad Mosoel na.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

