… / Nederland / Nederlandse pers / 1919–1923 / De conferentie der ministers
Algemeen Handelsblad, 7 december 1921
Bron: Delpher
De conferentie der ministers
PARIJS, 6 Dec. (Eigen Ber.). Omtrent
de conferentie van Briand, Curzon en
Torreta, die hoogstwaarschijnlijk binnen
een tiental dagen te Parijs zal plaats hebben,
kan nader worden gemeld, dat de
hoofdzaak natuurlijk zal zijn de quaestie
van het nabije Oosten. Men verwacht hier,
dat het niet moeilijk zal zijn het Fransch-Turksche
accoord van Angora in de algemeene
regeling van het Turksche probleem op te
nemen. Dit accoord wordt hier nog
steeds krachtig verdedigd, terwijl gezegd
wordt, dat de Engelsche protesten daartegen
zeer overdreven zijn geweest. De administratie
in Cilicië is thans bijna geheel
door Turken overgenomen en dat gaat uitstekend.
Wel trekken vele Armeniërs en
Grieken nog weg, maar die trek is al veel
verminderd en velen komen ook weer terug,
terwijl anderen dit van plan zijn, zoodra zij
zien, dat ze dit veilig kunnen doen. De
vluchtelingen geven zich rekenschap, dat
door goede zorgen van de Franschen geen
gevaar voor hen bestaat.
Trouwens zij vinden slechts met groote
moeite elders toevlucht. Men is hier verbaasd
over de onverbiddelijkheid, waarmee
Engeland weigert ze in Egypte, Palestina
en zelfs Cyprus toe te laten. Sinds weken
ligt voor Alexandrië een schip met driehonderd
Armeniërs, die de Engelschen niet willen
laten debarkeeren. Frankrijk zal ze ten
slotte wel in Syrië moeten toelaten, schoon
het daarop nu ook niet bijzonder gesteld is.
Behalve over de quaestie van het accoord
van Angora zal op de komende conferentie
vooral ook gesproken worden over de
mogelijkheid van een interventie tusschen de
Turken en Grieken. Na tweemaal te hebben
bot gevangen willen de Alliés eerst zelf
onderzoeken, in hoeverre een interventie thans
kans van slagen zou hebben en op welke
basis, alvorens weer met de antagonisten
zelf bijeen te komen.
Men heeft hier den indruk dat de Engelsche
regeering voor een goed deel op haar
opvattingen ten aanzien van de Grieken in
Turken is teruggekomen, nu Griekenland
gebleken is geen factor van de daad meer te
kunnen vormen.
Ze ziet in, dat er een of andere oplossing
moet komen, weigert trouwens geld in den
Griekschen put te blijven gooien en beseffende
dat practisch toch al heel weinig tegen
Angora gedaan kan worden, zal ze waarschijnlijk
geneigd zijn tot veel grootere concessies
aan Turkije dan vroeger.
Althans, dat verwacht men hier.
Of op de aanstaande conferentie nog andere
punten zullen worden aangeroerd, met
name het vraagstuk van het financieel uitstel
aan Duitschland, is nog niet te zeggen.
Men houdt het voor mogelijk, indien dit probleem
intusschen wat verder gekomen is en
doet opmerken, dat niets eenvoudiger is dan,
wanneer dat noodig mocht blijken, de conferentie
door een uitnoodiging aan den Japanschen
gezant in een zitting van den Oppersten
Raad te veranderen en haar daardoor
de noodige competentie te geven voor sommige
beslissingen.
LONDEN, 6 Dec. (R.B.D.) Reuter
verneemt, dat de bijeenkomst der ministers
van buitenlandsche zaken van Engeland,
Frankrijk en Italië ter bespreking der
quaestie van het naburige Oosten niet vóór
de volgende week plaats heeft. Het is
onwaarschijnlijk, dat er tijd zal zijn ook de
quaestie der Duitsche schadevergoeding te
behandelen.
LONDEN, 6 Dec. (N.T.A. draadloos
Leafield). De Fransche ambassadeur in Londen
deelde den Britschen minister van buitenlandsche
zaken Curzon mee, dat het voorstel
voor een conferentie tusschen de ministers
van buitenlandsche zaken over de
Oostersche quaestie in principe gaarne
aanvaard werd door Briand en de Fransche
regeering. Er tusschen Londen,
Parijs en Rome nog geen afspraak gemaakt
over datum en plaats der conferentie.
Nederlandse pers
• 18 7 8–1893 ›››
• 1894–1898 ›››
• 1899–1904 ›››
• 1 905–1909 ›››
• 1 9 1 0–1 9 1 4 ›››
• 1 9 1 5–1 9 1 8 ›››
• 1 9 1 9–1 9 2 3 ›››
• 1 924–1 940 ›››

