Terug naar de vorige pagina 

De Tribune, 18 september 1917
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Mr. G.G. v.d. Hoeven als Leugenaar

De "N.R.Ct." heeft geen plaats – van wegens den papiernood, moet u weten, die haar dwingt op spaarzaamheid bedacht te zijn! – om een uitvoerige circulaire op te nemen, haar toegezonden ten einde een beroep te doen op de liefdadigheid ten bate van Armenische volk.

De "N.R.Ct." heeft wel plaats voor vele bladzijden met advertenties. Daarvoor bestaat geen papiernood en geen zuinigheid. En ze heeft ook wel plaats voor kolommen en kolommen, die haar worden toegezonden met betoogen, dat de Elzas en Lotharingen meer Duitsch zijn dan Fransch. De "N.R.Ct." heeft ruimte voor alles, wanneer er voordeel uit is te kloppen en ze houdt er ook rekening mee, dat ze in België moet kunnen worden ingevoerd.

Maar behalve de kleine onwaarheid, dat ze geen ruimte zou hebben voor een circulaire, waarin toevallig dingen staan die voor de Duitsche Regeering hoogst onaangenaam zouden kunnen zijn, begint de krant haar "aanbeveling" van dit beroep op de liefdadigheid met een heele dikke leugen.

Want ze zegt:

"Omtrent de gruwelijke gebeurtenissen in Armenië hebben wij in de laatste jaren meer dan eens mededeelingen gedaan. Onze lezers zullen zich den ontzettenden toestand herinneren, waarin wat nog over is van de Armeensche bevolking verkeert."

O gij gepleisterd graf vol rottende Doodsbeenderen, gij laf leugenaartje, gij weet, dat ge hier of zelf een leugen hebt neergeschreven of een van uw koelies dit laat doen.

Thans nu een aantal deftige heeren en dames om wat geld gaan bedelen, nu kunt ge hun namen niet meer weg laten. Maar zelfs nu nog, na drie jaar, en het een jaar en langer te laat is, zelfs nu nog durft ge over die gruwelijke gebeurtenissen niet de mededeelingen doen, die de waarheid zijn.

v. R.

Colofon