Terug naar de vorige pagina 

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 13 september 1917
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Hulp voor het Armenische volk

Omtrent de gruwelijke gebeurtenissen in Armenië hebben wij in de laatste jaren meer dan eens mededeelingen gedaan. Onze lezers zullen zich den ontzettenden toestand herinneren, waarin wat nog over is van de Armeensche bevolking verkeert. Nu zijn er in bijna alle landen van Europa en van Amerika, ook in Duitschland, comité's gevormd, en zijn er gelden verzameld, om georganiseerde hulp aan de vluchtelingen uit Armenië en onder de, aan den rand van woestijn te zamen gedreven, ongelukkigen mogelijk te maken. Een aantal vooraanstaande mannen hier te lande hebben zich evenzoo tot een hulp-comité vereenigd, dat thans met een oproep tot steun zich tot onze landgenooten heeft gewend. Het Nederlandsche comité doet een beroep op allen om bijdragen, groot of klein, te willen afzonderen voor het werk van het in stand houden van de resten van het zoo ontzettend zwaar getroffen Armenische volk. Het heeft zich, waar rechtstreeksche relatiën van Nederland met personen in de streken, waar het hulpwerk te verwachten valt, niet bestaan, in verbinding gesteld met het Zwitsersche Comité, dat over zulke relatiën wel beschikt, doordat vele zendelingen en onderwijzers van die nationaliteit in die streken werkzaam waren voor den oorlog en zich aldaar thans voor de hulpverleening hebben beschikbaar gesteld. Het Zwitsersche Comité, dat bereids belangrijke sommen sedert 1915 heeft overgemaakt, geeft volledige garantie, dat de gelden tot zijne beschikking gesteld, ten volle aan hun doel ten goede komen.

In een uitvoerige circulaire wordt dit beroep op de liefdadigheid toegelicht. Men verzocht ons, het stuk over te nemen, doch de papiernood dwingt ons, op spaarzaamheid bedacht te zijn. Wij moeten er ons dus toe bepalen, het rondschrijven van het comité aan te bevelen, en het beroep te steunen.

Het comité bestaat uit: mr. Ant. van Gijn, voorzitter, oud-minister van financiën; jhr. mr. A.F. de Savornin Lohman, lid van de Tweede Kamer; mr. R.J.H. Patijn, lid van de Tweede Kamer; mejuffrouw E.J. van der Hoop, secretaresse-penningmeesteresse, allen te 's-Gravenhage; mejuffrouw L.C.A. van Eeghen; S.P. van Eeghen, president van de K.v.K.; E. Sillem, lid van de firma Hope & Co, allen te Amsterdam; dr. J.C.J. Bierens de Haan en mr. W.C. Mees, secretaris Ned. Handels-Hoogeschool, te Rotterdam; professor J. de Zwaan en jhr. mr. D.R. de Marees van Swinderen, rechter te Groningen; mr. J.A. Stoop, advocaat te Leeuwarden; mr. G.W. baron van de Feltz, lid van de Eerste Kamer, te Assen; mr. W. baron de Vos van Steenwijk, lid van de Eerste Kamer, te Wijhe; mevrouw Van Kretschmar van Veen-van de Poll, te Utrecht; mr. C.J. baron van Tuyll van Serooskerken, te Arnhem; mr. A.F. baron van Lvnden, oud-burgemeester van Utrecht, te Baarn; jhr. mr. P.J.J.S.M. van der Does de Willebois, lid van de Eerste Kamer, te 's-Hertogenbosch; jhr. mr. Ch. Ruijs de Beerenbroeck. lid van de Tweede Kamer, Maastricht; A. Bierens de Haan, te Haarlem, en professor dr. J.Ph. Vogel, te Leiden.

Colofon