Terug naar de vorige pagina 

De Gelderlander, 15 september 1916
Bron: Regionaal Archief Gemeente Nijmegen

Afschuwelijk lijden van christen Armeniërs

Men herinnert zich wat enkele maanden geleden onze Romeinsche correspondent berichtte over de tusschenkomst van den H. Stoel, door middel van Mgr. Dolci, ten bate van der door Turkije onderdrukte Armeniërs en het gedeeltelijk welslagen dier pauselijke tusschenkomst.

Thans bericht het bestuur te New-York van de buitenlandsche zending der Presbyterianen in een rapport over den toestand, waarin de uit Armenië naar noordelijk Arabië en Syrië gedeporteerde Armeniërs verkeeren. Het volgende wordt daarin vermeld uit een ingekomen schrijven van een zendeling:

"Te Meskene heb ik gezien, dat vrouwen en kinderen zich in grafkuilen wierpen en de doodgravers smeekten, hen te begraven. De regeering verschaft geen brood. Te Hamar waren van de 7000 daar naar toe gebrachte Armeniërs er 3000 zoo goed als naakt; zij hielden zich bezig met het verzamelen van sprinkhanen, die zij rauw of gekookt nuttigden, al naarmate zij vuur konden krijgen of niet. Sommigen vingen honden op straat en aten die rauw. Te Rakka waren 15.000 Armeniërs, die daar in tenten waren in een kamp ter weerzijden van den Eufraat. Dien lieden was niet toegestaan de stad binnen te komen. Overal zag men vreeselijke tooneelen van naaktheid, honger en dood; de auroriteiten deden niets om te helpen. Sommigen van deze ongelukkigen wierpen zich uit wanhoop in de rivier. Dikwijls zagen zij heele rijen griezelige gestalten plotseling uit graven oprijzen en om brood en water smeeken. Zij hadden hun eigen graven gedolven en wachtten den dood af."

"Deze Armeniërs tellen op het oogenblik, dat ik dit schrijf, niet minder dan 30.000 zielen. Het is bewezen, dat gevallen van menscheneten zijn voorgekomen en dat om de stervenden is gevochten, om hun vleesch te krijgen."

Colofon