Terug naar de vorige pagina 

Het Centrum, 8 juli 1919
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Voor Armenië

is door den Raad van Vijf een dictator benoemd, een Amerikaansch kolonel, die zowel de economische als de politieke zaken moet gaan regelen. Vreeselijk zijn de bijzonderheden, die telkens nog bekend worden aangaande het lot van dit toch al zoo veelbeproefde volk gedurende den oorlog.

Boeken vol verhalen van ooggetuigen zijn reeds verschenen. Aan een verzameling, uitgegeven (bij Loosjes te Haarlem) door het Ned. Comité, ontlenen we één staaltje.

Het Wilayet Angora telt, volgens een Turksche statistiek onder 892.000 inwoners 95.000 Armeniërs. De stad Angora is de hoofdzetel van het Armenisch Katholicisme, dat in de omgeving 15.000 aanhangers telt. Over de gebeurtenissen in dit Wilajet, die eerst in den loop der maand Augustus plaats vonden, is het volgende bekend:

Einde Juli werden alle Armenische mannen van 15 tot 70 jaren, enkele grijsaards uitgezonderd, uit Angora weggevoerd. Zij werden, 6 à 7 uur van de stad verwijderd zijnde, bij het dorp Beiham Boghasi door Turkschen benden, die naar het dorp waren gezonden, omsingeld en met schoppen, hamers, bijlen en sikkels omgebracht, nadat van een groot aantal Armeniërs de ooren en neuzen waren afgesneden en de oogen uitgestoken. Het aantal slachtoffers bedroeg hier 500. De lijken bleven liggen en verpestten het geheele dal.

Eenige weken verder begon men de Roomsch-Armenische bevolking gevangen te nemen, die, in twee groepen gesplitst, de stad verlaten moest. De eerste groep, waarbij ook de geestelijken waren, telde 800 personen, de tweede groep 700. Zij moesten dagelijks 10 à 12 uur loopen in de richting van Kaisarije en hadden brood noch geld. Waar zij gebleven zijn en wat er van hen is geworden weet men niet.

De derde karavaan omvatte de vrouwen en kinderen uit de stad, die door een omroeper waren gewaarschuwd binnen 2 uren op het station te zijn. In der haast konden zij slechts weinig aan kleeren e.d. meenemen. Op het station aangekomen, werden zij vier à vijf dagen in een graanpakhuis bijeengepakt en, honger en koude lijdende, aan de lusten der gendarmen overgeleverd. Toen men eindelijk geloofde dat deze opeengepakte menschenmassa wel vermurwd zou zijn, liet men bekend maken dat zij, die den Islam zouden aannemen, mochten achterblijven; die zich daartoe bereid verklaarden, mochten naar hun woning terugkeeren. Dit waren ongeveer 100 gezinnen; zij moesten de verklaring onderteeken, dat zij geheel vrijwillig tot den Islam waren overgegaan en werden onder Mohammedaansche gezinnen verdeeld. De overigen werden met den trein naar Eskischeher en vandaar naar Konia getransporteerd. Ook de aan den Spoorweg arbeidende Armeniërs werden gedwongen den Islamitischen godsdienst te aanvaarden. Velen gingen er toe over; anderen, die het weigerden, werden gedood.

In totaal zijn er in het Wilayet Angora ongeveer 6000 Armeniërs gedood.

En zoo zijn er honderden gevallen.

Colofon