Historische erkenning

Tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog was er wel degelijk erkenning voor wat toendertijd de vernietiging of verdelging van het Armeense volk heette. Al op 24 mei 1915, aan het begin van de genocide, waarschuwden de bondgenoten Rusland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in een verklaring de heersende Jong-Turkse regering dat zij later verantwoordelijk zou worden gehouden voor de massaslachtingen en deportaties. Direct na de oorlog is in 1919 is onder druk van dezelfde bondgenoten in het verslagen Ottomaanse Rijk een militair tribunaal ingesteld dat de voornaamste schuldigen, die inmiddels gevlucht waren, bij verstek tot de doodstraf veroordeeld heeft.

De overwinning op het Ottomaanse Rijk heeft in 1920 ook geleid tot het Verdrag van Sèvres, waarin de overgebleven delen van het voormalige rijk werden opgedeeld tussen diverse landen en volkeren. De Armeniërs werd een eigen staat in Oost-Anatolië en een internationaal tribunaal beloofd. Door onwil van de politiek verdeelde geallieerden is het verdrag echter nooit geratificeerd, geen enkel land wilde de financiële en militaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering ervan op zich nemen.

Militaire weerstand in Anatolië van overgebleven Jong-Turken van het voormalige regime, onder leiding van generaal Mustafa Kemal, later bekend als Atatürk, heeft uiteindelijk in 1923 geleid tot het Verdrag van Lausanne en de oprichting van de republiek Turkije. In het Verdrag van Lausanne komen de Armeniërs en andere christelijke minderheden niet meer voor. Het verdrag is aangevuld met een amnestieverklaring voor alle misdrijven die tussen 1 november 1914 en 20 november 1922 door vertegenwoordigers van het voormalige Jong-Turkse regime zijn gepleegd op voormalig Ottomaans-Turks grondgebied.

Na de oprichting van de republiek Turkije liep de aandacht voor alle voorgaande vervolgingen en etnische zuiveringen in het Ottomaanse Rijk snel terug. Decennia later, in de jaren zestig van de vorige eeuw, hebben de tweede en derde generatie Armeense overlevenden weer de aandacht weten te vestigen op de genocide die tot op heden categorisch wordt ontkend door de Turkse overheid.

Verklaringen en resoluties
Gezamenlijke verklaring van Engeland, Frankrijk en Rusland – 24 mei 1915 (fr, en)
Verenigde Staten, resolutie van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat – 9 februari 1916 (en)
Verenigde Staten, resolutie van de Senaat – 11 mei 1920 (en)
Verklaring van president Wilson van de Verenigde Staten – 24 mei 1920 (en)
Aanbeveling van de Verenigde Staten aan het Internationaal Gerechtshof – 28 mei 1951 (en)

Officiƫle documenten
Aanklacht van het Turks militair tribunaal (relevante passages) – begin 1919 (en)
Vonnis van het Turks militair tribunaal – 5 juli 1919 (en)
Verdrag van Sèvres (relevante artikelen) – 10 augustus 1920 (en)
Rapport van de Commissie Oorlogsmisdaden van de Verenigde Naties – 28 mei 1948 (en)
Whitaker rapport van de Verenigde Naties – 2 juli 1985 (en)

Colofon