Terug naar de vorige pagina 

België, resolutie van de Senaat

26 maart 1998

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

Wetgevingsstuk nr 1-736/3

Voorstel van resolutie betreffende de genocide in 1915 van de in Turkije levende Armeniërs

De Senaat,

Gelet op de talloze studies gewijd aan de toestand van de Armeense bevolkingsgroepen in Turkije aan het begin van de twintigste eeuw;

Gelet op het VN-Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide, dat een definitie geeft van het begrip genocide;

Gelet op de rechterlijke beslissingen die deze bepaling hebben toegepast om de toestand van de in 1915 in Turkije levende Armeniërs te beschrijven, meer bepaald de beslissing van het “tribunal de grande instance” van Parijs van 21 juni 1995;

Gelet op de resolutie van het Europees Parlement van 18 juni 1987 betreffende een politieke oplossing van het Armeense vraagstuk, waarin wordt erkend dat de in Turkije levende Armeniërs in 1915 het slachtoffer zijn geweest van genocide gepleegd door de toenmalige Ottomaanse regering;

Overwegende dat over het historisch bewijsmateriaal inzake de georganiseerde en stelselmatig gepleegde moord op de Armeniërs niet de minste twijfel kan bestaan;

Overwegende dat het erkennen van de misdaden en de vergissingen uit het verleden een voorwaarde vormt om te komen tot een verzoening tussen de volkeren en dat er ook geen vrede kan bestaan zonder gerechtigheid, in Armenië evenmin als elders;

Voorts overwegende dat alleen door de erkenning van de misdaden gepleegd door vroegere regimes men afstand kan nemen van hun oogmerken en men zich politiek kan inzetten voor de verzoening;

Overwegende dat de geschillen tussen de Turkse natie en de Armeense natie blijven aanslepen en ook thans nog leiden tot het verlies van mensenlevens, tot het verdrijven van bevolkingsgroepen en tot talloze schendingen van de mensenrechten in die streek;

Overwegende dat het Turkse volk en het Armeense volk op termijn niet anders kunnen dan vreedzaam samenleven;

Gelet op de vriendschapsbanden en de actieve samenwerking tussen Turkije en België en de Europese Unie enerzijds alsook tussen Armenië en België en de Europese Unie anderzijds;

Vaststellende dat de resolutie van het Europees Parlement van 1987 de Turkse regering er nog niet toe heeft gebracht de historiciteit van de genocide uit 1915 te erkennen;

Verzoekt de Turkse regering de historiciteit te erkennen van de genocide die de laatste regering van het Ottomaanse Rijk in 1915 heeft gepleegd;

Verzoekt de parlementen van de Lid-Staten van de Europese Unie bij te dragen tot de verzoening tussen het Turkse volk en het Armeense volk;

Verzoekt de Europese Unie en haar Lid-Staten hun steun toe te zeggen aan initiatieven op alle vlakken die de dialoog tussen het Armeense volk en het Turkse volk kunnen bevorderen;

Vraagt de regering deze resolutie over te zenden aan de eerste minister van de Turkse regering, aan de voorzitter van het Europees Parlement, aan de voorzitter van de Europese Commissie, aan de voorzitters van de parlementen van de Lid-Staten van de Europese Unie, alsook aan de voorzitter van het parlement van de Republiek Armenië.


Engelse vertaling:

Belgian Senate 1997-1998

Session Resolution 1-736/3

Concerning the 1915 Genocide of Armenians living in Turkey The Senate,

Considering the numerous studies dedicated to the situation of the Armenian population in Turkey at the beginning of the 20th century;

Considering the UN convention on the prevention and punishment of genocide, which provides a definition of the concept of genocide;

Considering the judicial verdicts that have applied this term to describe the state of Armenians living in Turkey in 1915, more specifically the verdict of the “tribunal de grande instance” in Paris on 21 June 1995;

Considering the resolution by the European Parliament on 18 June 1987 concerning a political solution to the Armenian Question, wherein it is recognized that the Armenians living in Turkey in 1915 were the victims of a genocide perpetrated by the Ottoman government of the time;

Considering that there cannot be the slightest doubt over the historical evidence regarding the organized and systematic murder of the Armenians;

Considering that the recognition of mistakes and crimes of the past is a precondition for reconciliation between peoples and that there cannot be peace without justice, either in Armenia or elsewhere;

Furthermore considering that only through the recognition of crimes committed by previous regimes it is possible to distance oneself from their aims and strive politically for reconciliation;

Considering that the differences between the Turkish and Armenian nations continue to drag on and even today lead to the loss of human lives, to the eviction of ethnic groups and to numerous violations of human rights in that region;

Considering that the Turkish and Armenian peoples have no choice but to co-exist peacefully in the long term;

Considering the friendly ties and co-operation between, on the one hand, Turkey, Belgium and the European Union and, on the other hand, Armenia, Belgium and the European Union;

Remarking that the 1987 resolution by the European Parliament has not led the Turkish government to recognize the historic reality of the 1915 genocide;

Requests the Turkish government to recognize the historic reality of the genocide committed in 1915 by the last government of the Ottoman Empire;

Requests the parliaments of the member states of the European Union to contribute to the reconciliation between the Turkish and Armenian peoples;

Requests the European Union and its member states to lend their support to initiatives in all domains aimed at promoting a dialogue between the Armenian and Turkish peoples;

Asks the government to transmit this resolution to the prime minister of the Turkish government, to the chairman of the European parliament, to the chairman of the European Commission, to the chairmen of the parliaments of the member states of the European Union, as well as to the chairman of the parliament of the Republic of Armenia.

Colofon