Erkenning

1938: opgegraven overblijfselen van Armeense slachtoffers in de Syrische woestijn bij Deir ez-Zor Hoewel er de laatste jaren een steeds grotere belangstelling ontstaat voor de genocide in het Ottomaanse Rijk op Armeniërs en andere christenen zoals Grieken en Assyriërs, wordt deze nog altijd slechts mondjesmaat erkend.

De genocide wordt categorisch ontkend door de republiek Turkije, de opvolger van het Ottomaanse Rijk. Steeds als een nationale overheid of supranationale instelling een stap in de richting van formele erkenning wil zetten, dreigt de Turkse regering met forse diplomatieke en/of economische maatregelen om dit te voorkomen. In Turkije zelf zijn regelmatig mensen strafrechtelijk vervolgd die de genocide bespreekbaar wilden maken.

100 jaar na dato zorgt deze kwestie nog steeds voor veel onrust tussen de Armeense en Turkse gemeenschap. Beide volkeren en landen zijn beter af bij definitieve erkenning van het genocidale karakter van de deportaties en massamoorden. De Armeense gemeenschap omdat door erkenning van deze genocide dit collectieve trauma definitief een vaste plek in de geschiedenis kan krijgen. De Turkse gemeenschap verdient bevrijding van één van hun grootste taboe's: de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk en de rol die Jong-Turkse regimes daarin tijdens en na de Eerste Wereldoorlog hebben gespeeld.

Historische erkenning 
Na de Eerste Wereldoorlog was er wel degelijk erkenning voor wat toendertijd de vernietiging of verdelging van het Armeense volk heette. Het verdrag van Sèvres (1920) bijvoorbeeld beloofde een tribunaal voor de berechting van de verantwoordelijken. Lees verder 

Formele erkenning 
Genocidedeskundigen zijn het er over eens dat in de periode van 1915 tot 1923 genocide is gepleegd op Armeniërs en andere christenen in het Ottomaanse Rijk. Diverse internationale organisaties, overheden, staatshoofden en wetenschappers hebben de genocide formeel erkend. Lees verder 

Colofon