Nederlandse en Belgische wetgeving over genocide

In het nationale strafrecht van Nederland en België is genocide, naast andere misdrijven tegen de menselijkheid, strafbaar gesteld. De wetgeving is gebaseerd op het universaliteitsbeginsel, een internationaal rechtsbeginsel dat een land het recht geeft bepaalde, door buitenlanders in het buitenland gepleegde strafbare feiten, te vervolgen, en de implementering van het Statuut van Rome, het verdrag dat de juridische basis vormt voor het Internationaal Strafhof, in nationale wetgeving. Het Statuut verplicht de verbonden partijen ook tot rechtshulp en andere vormen van samenwerking met het Strafhof.

Misdrijven die zijn gepleegd door niet-Nederlanders en niet-Belgen kan met deze wetgeving worden vervolgd, mits de verdachte zich in respectievelijk Nederland of België bevindt. Het maakt niet waar de misdaden zijn gepleegd. De wetgeving handhaaft de diplomatieke onschendbaarheid, een bij internationaal recht geregelde bescherming tegen rechtsvervolging voor diplomaten, buitenlandse staatshoofden, regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken tijdens de periode waarin zij die functie uitoefenen.

Nederlandse wetgeving
In het Nederlandse Wetboek van Strafrecht staat genocide in de “Wet internationale misdrijven” geformuleerd als wet met betrekking tot ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht. De wet is in werking getreden op 1 oktober 2003. Artikel 3 van de Wet internationale misdrijven luidt:

Artikel 3

  1. Hij die met het oogmerk om een nationale, etnische of godsdienstige groep, dan wel een groep behorend tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk, als zodanig te vernietigen:
    1. leden van de groep doodt;
    2. leden van de groep zwaar lichamelijk of geestelijk letsel toebrengt;
    3. opzettelijk aan de groep levensomstandigheden oplegt die op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging zijn gericht;
    4. maatregelen neemt, welke tot doel hebben geboorten binnen de groep te voorkomen;
    5. of kinderen van de groep onder dwang overbrengt naar een andere groep, wordt als schuldig aan genocide gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie.
  2. De samenspanning en de opruiing tot genocide die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, plaatsvindt, worden gestraft gelijk de poging.

Belgische wetgeving
In het Strafwetboek van België valt genocide onder Titel I-bis. De wet heet voluit: “Ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht”. Deze wet is in werking getreden op 7 augustus 2003. Artikel 136bis van het Strafwetboek luidt:

Artikel 136bis
De misdaad van genocide, zoals hierna omschreven, gepleegd zowel in vredes- als in oorlogstijd, is een internationaal-rechtelijke misdaad en wordt gestraft volgens de bepalingen van deze titel. In overeenstemming met het Verdrag van 9 december 1948 inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide, en onverminderd de strafrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op misdrijven door nalatigheid, wordt onder de misdaad van genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om, geheel of gedeeltelijk, een nationale, etnische of godsdienstige groep of rassengroep uit te roeien, en wel:

  1. doden van leden van de groep;
  2. toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;
  3. opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden bedoeld om de lichamelijke vernietiging van de gehele groep of van een gedeelte ervan te veroorzaken;
  4. opleggen van maatregelen bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;
  5. gewelddadig overbrengen van kinderen van een groep naar een andere groep.

Colofon